Laatste reacties

maart 2010

ma di wo do vr za zo
1 2 3 4 5 6 7
8 9 10 11 12 13 14
15 16 17 18 19 20 21
22 23 24 25 26 27 28
29 30 31        
web-log.nl, powered by TypePad

Hoe word ik… freelancer

Vandaag het gastweblog van Belinda Fallaux!

Laatst kreeg ik een mailtje van een kennis. Ze zat al een tijdje zonder werk en was zich aan het beraden welke richting ze op wilde. Tussen de bedrijven door had ze al eens wat voorzichtige stapjes op het pad der journalistiek gezet – als filmrecensent voor een regionaal krantje – en dat smaakte naar meer. Maar ze vond het nogal lastig om meer opdrachten binnen te halen. Hoe had ik dat destijds gedaan?, was haar vraag. Met andere woorden: hoe begin je voor jezelf en zorg je dat je werk krijgt en houdt?

Ai. Inmiddels werk ik zes jaar als freelancer en ik ben ook al meerdere malen benaderd met deze vraag. Maar nog steeds is mijn eerste gedachte: géén idee! Ik doe maar wat, ik rommel maar wat aan. Ben d’r gewoon ingerold, meer niet.

Gewoon begonnen

En dat is ook echt zo. Ik noem me journalist, maar ben er niet voor opgeleid. Nee, gewoon als zodanig begonnen. Ik sta ingeschreven bij de Kamer van Koophandel (omdat het verplicht werd) en heb een btw-nummer (omdat ik ergens had gelezen dat je over niet-journalistieke tekstklussen btw moet heffen), maar werk zonder boekhouder. Eigenlijk wel apart, want aan het regelen van de administratie heb ik een broertje dood. Dat mijn facturen en aangiften al die jaren probleemloos de juiste weg hebben gevonden, mag een wonder heten. Zakelijk instinct heb ik niet. Ik vergeet soms achter wanbetalers aan te gaan en ik hou me nooit actief bezig met m’n jaaromzet. Sterker nog: meestal weet ik pas eind maart, als ik vlak voor de jaarlijkse aangifte orde in de papieren chaos probeer aan te brengen, welke jaarcijfers ik het jaar daarvoor heb voortgebracht. Voor netwerken ben ik vaak te lui. Ik weet dat een rustige periode steevast wordt gevolgd door wekenlang hollen en vliegen, dus waarom zou ik moeite doen? Het werk blijft toch wel komen. En dat is ook al zes jaar het geval.

Zaaien en oogsten

Dat laatste geeft wel te denken natuurlijk. Want ik kan nu alles wel toeschrijven aan toevalligheden en ‘een beetje aanrommelen’, maar dat is natuurlijk niet helemaal conform de werkelijkheid. Dat ik op dit moment voor leuke, landelijke tijdschriften werk en tussendoor uitdagende tekstopdrachten voor uiteenlopende opdrachtgevers mag doen, is me bepaald niet komen aanwaaien. Hoewel ik op dit moment vrij weinig acquisitie doe, heb ik dat de eerste jaren wel veel gedaan. In de beginperiode richtte ik me met name op zakelijke uitgevers en commerciële klanten. Ik herinner me dat ik letterlijk met het telefoonboek op schoot ben gaan bellen en mailen. Met succes: ik bouwde langzaamaan een kringetje opdrachtgevers op. Die mensen kenden weer andere mensen en die wéér anderen… en zo bouwde ik in de loop der jaren een netwerk op – van regionale krant tot reclamebureaus – waarvan ik nu nog de vruchten pluk. Ik word nog steeds met regelmaat gebeld door mensen die mijn naam via via kennen. Zaaien en oogsten - het kost inzet en tijd, maar het levert resultaat op.

Zoektocht

Die eerste jaren waren waardevol omdat ze me veel schrijfervaring boden. Ik nam alle opdrachten aan, van advertorials tot het schrijven van seo-teksten voor zoekmachines. Maar die periode was naast een leerschool ook een zoektocht. Wat kon ik goed, waarin was ik minder sterk? Wat vond ik het fijnste om te doen en wat minder? Het werd me steeds duidelijker dat het schrijven van wervende, commerciële teksten me niet de meeste voldoening geeft, maar dat mijn hart bij journalistieke verhalen ligt, vooral human interest. Ik ging me daar dan ook steeds meer op toeleggen. Ik brainstormde over geschikte onderwerpen en bood ze aan bij tijdschriften die me aanspraken. Mailde, belde. Mailde weer. En weer met resultaat. Een eerste opdracht werd gevolgd door een tweede, een derde en een vierde. En meer.

Kick

Het geeft een goed gevoel als je tot de vaste kern freelancers van een tijdschrift behoort. Dat je niet meer zelf met onderwerpen hoeft te komen, maar dat redacties jou benaderen. En wat nog fijner is: dat je merkt dat je werk doet dat bij je past. Dat je mensen mag interviewen over iets dat ze hebben meegemaakt, over hun passie, over hun visie. Dat ze later zeggen: goh, het was een fijn gesprek, het voelde niet als een interview. Dat je een verhaal uitwerkt en je de kick ervaart dat het met iedere zin die je toevoegt als een puzzeltje steeds mooier in elkaar past. Dat je er iets van maakt waarvan de geïnterviewde zegt: ja, hier herken ik mezelf in. Dat mensen zelfs ontroerd raken van je teksten.

Om een lang verhaal kort te maken: hoe word je freelancer, hoe krijg je werk en hoe hou je werk? Ik zeg: gewoon beginnen, inzet tonen, geduld hebben en vooral dicht bij jezelf blijven.

PS. Vooruit, nog twee tips dan:

1. Start direct met een marktconform tarief en presenteer jezelf nooit als ‘beginnend journalist’. Hoe lang je al bezig bent, doet namelijk niet ter zake – wat telt, is of je een goed product levert. Als jij jezelf niet serieus (genoeg) neemt, waarom zou een ander dat wel doen?

2. (en deze ga ik zelf ook weer eens toepassen) Eenmaal een vaste klantenkring opgebouwd? Blijf af en toe acquisitie doen en contacten warm houden. Sommige tijdschriften zijn erg trouw aan hun freelancers, maar vaker zie je een soort ‘verloop’ in bepaalde periodes, waarin je - soms zonder duidelijke reden - steeds minder en uiteindelijk niet meer wordt gevraagd. Niet getreurd, het is een duidelijk signaal: het tijd voor een nieuwe uitdaging!

Digitale relatie?

Deze week het gastweblog van Christine!

Twitter, LinkedIn, Hyves, Facebook, voice-to-text, zoekmachinebewust schrijven, bloggen, ning, wiki. Als tekstschrijver word je steeds vaker geconfronteerd met moderne digitale technieken. Wat te doen? Je er niets van aantrekken en vrolijk doorschrijven met vulpen op geschept papier of je geheel onderdompelen in de wereld van web 2.0? Hoe verkoop je jezelf via het world wide web, hoe organiseer je je werkplek efficiënt en wat adviseer je je klanten?

Ik kies voor de middenweg. Een early adapter ben ik niet, mijn agenda is nog steeds van papier en aantekeningen maak ik inderdaad met vulpen (een ouwetje al ruim twintig jaar mijn beste vriend). Maar de bewezen voordelen van moderne tijden laat ik natuurlijk niet links liggen. Dus vergader ik soms per Skype, treinkaartjes tover ik uit de printer via de ns-site en uiteraard is e-mail niet meer weg te denken uit mijn leven. Ik heb een website, maar het onderhoud daarvan besteed ik lekker uit aan specialisten. Ieder zijn vak.

Mis ik iets, loop ik hopeloos achter of doe ik het zo gek nog niet? Dat hoop ik te ontdekken op het tekstnet 2.0, een evenement georganiseerd door beroepsvereniging tekstnet. Het is op 19 maart van acht tot acht in Utrecht en belooft een inspirerende dag te worden rond tekst, nieuwe media en nieuwe technologie. Workshops, inleidingen, discussies, demonstraties, helpdesks, ontspanning en ontmoeting. Want juist in deze tijd van moderne technieken is het de moeite waard om elkaar weer eens echt de hand te schudden. ‘He wat leuk, ik volg je op twitter en nu ben je het echt!’

Ben je ook benieuwd? Schrijf je dan in. Voor 150 euro ben je de hele dag onder de pannen. Kijk op: www.mindz.com/events/Tekstnet_2_0  voor info en inschrijvingen. Wie weet ontmoet ik daar mensen die ik tot nu toe alleen ken van dit weblog. Of houden we het bij een digitale relatie op afstand?

Christine van Eerd

www.christinevaneerd.nl

Blijf doorzetten!

Deze week het gastblog van Laura Slot!

Ik ben 25 jaar, net afgestudeerd en klaar om een plekje op de arbeidsmarkt te veroveren. Met andere woorden, ik moet solliciteren. Een nachtmerrie is waarheid geworden. Niet in de laatste plaats omdat de economie volledig is ingestort. Erger nog, ik zoek werk in een vakgebied dat wankel op zijn grondvesten staat: de media.

Gisteren belde ik de afdeling human resources van een aantal bedrijven. Ik: “Goedemiddag. Ik vroeg me af of het mogelijk is om een open sollicitatie te sturen naar het ANP.” ANP mevrouw: “Eh, voor welke functie?” Ik: “Voor verslaggever of redacteur.” ANP mevrouw: (zucht diep) “Ik denk niet dat dat nu zin heeft. We zitten in een enorme reorganisatie.”

Vorige week stuurde ik mijn brief en cv naar Het Parool, voor een tijdelijke startersfunctie als webredacteur. Er waren volgens de hoofdredacteur 81 sollicitanten, en ik zat niet bij de selectie. Het AD geeft al een maand geen antwoord, een aantal kleine uitgeverijen zochten een ander profiel dan de mijne, de vacature bij Audax bleek al vervuld, kortom, teleurstelling alom. Freelancen is uiteraard een optie, maar ik wil het liefst in vaste dienst.

De druk op mijn schouders wordt langzaam groter. Mijn master journalistiek heb ik in New York gedaan, aan Columbia University. Daarna heb ik stage gelopen bij de grootste tijdschriftenuitgeverij in de Verenigde Staten, Time Inc., waar ik mijn eigen kantoortje had op de 34ste verdieping in hartje Manhattan. Ook al zit ik nu sinds vier weken weer bij mijn ouders in een klein boerendorpje, de wijze woorden die ijzeren zakenvrouw Ann Moore, de directrice van Time Inc., ooit tegen mij en de andere stagiaires zei weerklinken in mijn hoofd: ‘als je echt redacteur wilt zijn, blijf doorzetten!’

Weet jij een vacature? E-mail me via laura@lauraslot.com

Generalistisch specialist

Deze week het gastweblog van Adine!

Als je als tekstschrijver aan de slag gaat, dan weet je dat je niet de enige bent: bezoek een website als Freelance.nl of kijk rond op een willekeurig forum en je zult al snel tientallen tekstschrijvers tegenkomen. Hoe onderscheid je jezelf ten opzichte van de concurrentie en zorg je ervoor dat klanten voor jou kiezen?

Toen ik als tekstschrijver begon, schreef ik me allerlei websites  en fora en las ik de adviezen die ervaren tekstschrijvers gaven; onderscheid jezelf door je te specialiseren. Als je bekend staat als dé autoriteit op het gebied van teksten over een bepaald onderwerp of altijd één type teksten schrijft, dan weten klanten je vanzelf te vinden en wordt het bijna makkelijk om je geld te verdienen met schrijven.

Het klinkt logisch, maar is het ook realistisch? Hoe positioneer je jezelf als expert als je nieuw bent in een markt die al zoveel experts kent? En is er wel voldoende werk in de gebieden waarin je je kunt specialiseren. Des te vaker ik dit advies las, des te minder het me aansprak. Jezelf specialiseren is een goed idee, maar dan wel op het juiste moment.

Voor mij was mijn beginperiode niet het juiste moment, dus ik besloot helemaal geen specialisatie aan te geven op mijn website. Sterker nog; mijn dienstenaanbod hield ik behoorlijk uitgebreid! Het ontwerpen van huisstijlen, het schrijven van artikelen voor tijdschriften én voor internet en het vertalen van teksten; diverse werkzaamheden, diverse klanten en heel diverse onderwerpen.

Mijn strategie om helemaal geen specialisatie te hebben, werkte: ieder jaar wist ik weer een aantal nieuwe klanten binnen te halen, terwijl veel van de bestaande klanten ook opdrachten bleven leveren. Bovendien deed ik iedere week wel wat anders: de ene week schreef ik mee aan een boek over de monarchie, de andere week maakte ik een compleet nieuw tijdschrift voor vrouwen en de week daarna beet ik me helemaal vast in een vertaling over nieuwe vakantieparadijzen.

Inmiddels ben ik mijn vierde ondernemersjaar in gegaan en ben ik er achter dat ik me ongemerkt ook gespecialiseerd heb. Niet in één onderwerp en niet in één taak, maar in één thema; ik ben een generalistisch specialist geworden op het gebied van communicatie die bij de klant past. Of het dan gaat om het schrijven van teksten voor de folder, het ontwerpen van een logo of het verzorgen van een quick scan voor een website; het blijven allemaal stukjes van dezelfde puzzel. Een puzzel die ik nog steeds graag voor heel verschillende klanten in elkaar zet!

Adine Versluis

Communicatiebureau Tekst&

www.tekst-en.nl

Samen sterk

Vandaag het gastweblog van Petra!

Ik ben nu ongeveer een jaar freelance journalist. Dat gaat goed en ik ben blij dat ik deze stap heb gezet, maar… soms miste ik de mogelijkheid om met een collega te overleggen. Over simpele vragen: is mijn idee wel echt zo leuk? Waar haal ik een goede interviewkandidaat vandaan? Kan ik deze zin nóg mooier opschrijven?

Natuurlijk kan ik zulke zaken voorleggen aan mijn collega’s op dit weblog, of via de mail aan freelancers met wie ik geregeld contact heb. Maar nu heb ik nog iets veel beters: Saar. Haar ontmoette ik doordat ik af en toe wat schreef voor haar website COAK.nl. Mijn stukjes bevielen haar goed en we kregen meer contact. Zo bleek dat we veel dezelfde dromen hebben, dezelfde dingen mooi vinden, maar toch weer niet helemaal. En dat we elkaar daarom heel goed aanvullen.

Vandaar dat we sinds november samenwerken. Die samenwerking is niet gebonden aan wat dan ook – ik doe mijn eigen werk en zij ook; ze doet er zelfs een studie bij. Maar als er iets is waarvoor we elkaar nodig hebben, dan zijn we er voor elkaar. Om te overleggen, om samen verder te gaan dan we alleen zouden kunnen en om elkaar af en toe het o zo nodige compliment te geven. Ook voor opdrachtgevers heeft het belangrijke voordelen: omdat we overal met twee paar kritische ogen naar kijken, is de kwaliteit van ons werk steevast hoog (zo denken en hopen we).

Het moet allemaal nog wat meer vorm krijgen, daar zijn we ons van bewust. Ons eerste gezamenlijke interview is onlangs gepubliceerd en nu zijn we druk doende om meer werk met z’n tweeën te krijgen. Groter, mooier, fijner. Vooral dat laatste. Want de samenwerking is wat mij betreft vooral leuk. Samen plannetjes smeden. Samen pitches maken. Samen blij zijn als iets goed wordt ontvangen. Samen op pad. Samen schrijven. Dat is het plan voor 2010.

PS We hebben ook een eigen website, www.wisdomosity.nl.

Geen werk meer, wat nu?

Deze week het gastlog van Maureen Birney!

'Het spijt ons, maar helaas kunnen we u geen contractverlenging aanbieden', zegt de manager en ze gaat nog even door, dat het niet aan mijn functioneren ligt en dat ze daar eigenlijk heel tevreden over is, maar het heeft te maken met reorganisatie blabla. Ik luister allang niet meer. Onder mijn kerstboom geen cadeautjes maar een aanvraag voor een uitkering. Geen feestelijke 5-gangenmaaltijd, maar een bijstandsoepje van groentenafval en een droge boterham. Ik deed het culturele organisatiewerk met veel plezier en veeg dan toch een traantje weg. Dat kan misschien nog iets losmaken bij gevoelige mannen, maar niet bij Marokkaanse ambitieuze bitches in hoge posities.

Er zit niets anders op dan de tocht te maken naar het UWV waar ze duidelijk maken dat ik meteen moet solliciteren, omdat ik anders mijn recht op een ww-uitkering verspeel. Er wordt in kaart gebracht wat ik allemaal heb gedaan en ik som al mijn hbo-opleidingen op. Toneelacademie Maastricht, Regie-opleiding Amsterdam, Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten, Media Academie Hilversum… 'O. Wat apart allemaal.' Zegt het jonge ding, wat vast dit baantje heeft gekregen toen zij in dezelfde positie zat. ‘We gaan even voor u kijken.' Laat maar, denk ik bij mezelf. Daar bestaan geen banen in die aangemeld zijn bij dit soort instanties. Ik weet al dat ze gaat zeggen dat ik ook buiten mijn branche moet zoeken en ik kom een week later terug.

Ze doet heel vrolijk en enthousiast en meldt meteen dat ze een baan voor mij heeft gevonden, waar ik meteen op kan solliciteren. Het is bij een schoonmaakbedrijf en het is ‘iets’ met organiseren. Chagrijnig neem ik de papieren mee en ga daar braaf solliciteren, waarbij ik de opdrachtgever flink onder de neus wrijf wat ik aan opleidingen heb gedaan. 'Maar u bent helemaal niet geschikt voor deze baan! Het is iets heel simpels. Een rooster maken en de telefoon opnemen.' En hoofdschuddend laat hij mij uit.

Nadat ik mij nog twee keer heb gemeld, deelt het meisje mij mede, dat ik nu echt de baan moet aannemen die zij voorstelt en dat anders de ww-uitkering stopt en dat ik een baan bij Albert Hein achter de vleeswaren krijg. 'Ik ben vegetarisch!', probeer ik nog geschrokken. 'Tja, dat is geen reden. U hoeft het niet op te eten.' 'Nou mejuffrouw', antwoord ik haar. 'Weet u wat? Gaat u maar lekker zelf bij Albert Hein werken en stop die uitkering in uw… Boos loop ik weg, ga linea recta naar de Kamer van Koophandel en schrijf mij in. Ik leen links en rechts wat geld, volg een ondernemerscursus en binnen een maand heb ik mijn eerste opdracht.

Dat is nu 3 jaar geleden. Niet dat het altijd van een leien dakje gaat, maar ik voel mij sindsdien enorm bevrijd. Nooit meer afhankelijk van bazen of instanties. Ik kan het iedereen van harte aanbevelen. Lang leve de ontslagen!

Als je wilt volgen hoe ik mijn weg heb gevonden in ondernemersland, dan kunt je terecht op het blog van mijn website www.zieworks.nl

Vraagbaak

Deze week het gastlog van Rimke!

Toen ik bijna zes jaar geleden begon als freelance journaliste, kende ik niemand die hetzelfde werk deed als freelancer en die ik als vraagbaak kon gebruiken. Hoe ik dat aan moest pakken, een bedrijf opstarten, acquisitie doen enzovoort, zocht ik dus allemaal zelf uit. Na een tijdje was er een collega freelance journaliste die wel met mij in contact wilde komen. Enthousiast stuurde ik haar een uitgebreide mail over het werk dat ik deed en waarom het werken als freelancer mij zo goed beviel en waarin ik haar ook vroeg wat zij zoal deed. Ik kreeg een heel korte mail terug, waarin alleen maar stond dat ze het handig vond om mijn gegevens te hebben voor als ze eens werk uit te besteden had. Nooit meer iets van gehoord.

Gelukkig kwam ik nog weer een tijdje later dit weblog tegen, waardoor ik met veel leuke collega’s in contact ben gekomen. Sommigen heb ik zelfs persoonlijk ontmoet en er is sindsdien altijd wel iemand die ik kan raadplegen als ik advies nodig heb.

Afgelopen maandag was het mijn beurt om een mogelijke toekomstige collega op weg te helpen. Hij is nu nog werkzaam in het onderwijs, maar overweegt komend jaar de stap naar het freelance tekstschrijverschap te maken. Van mij wilde hij graag weten hoe hij dit aan moest pakken. Hoe was ik begonnen, raadde ik hem een journalistieke opleiding aan, hoe pak ik mijn administratie aan en hoe ga ik op zoek naar opdrachten.

Ik heb een uur voor het gesprek uitgetrokken waarin hij mij alles heeft kunnen vragen wat hij weten wilde over het werken als schrijvende freelancer. Niet alleen erg nuttig voor hem, ook mij gaf het een goed gevoel om zo iemand op weg te kunnen helpen. En jullie? Hadden jullie toen je begon als freelancer iemand die je als vraagbaak kon gebruiken? Of heb je zelf wel eens een collega op weg geholpen?

Sommige dromen zijn bedrog

Vandaag het gastlog van Chinouk Thijssen!

Op de vraag ‘wilde je altijd al schrijfster worden?’ geef ik vaak als antwoord dat ik dit mijn hele leven al wilde, maar als ik er heel goed over nadenk, weet ik dat dit niet helemaal waar is.
Voor de schrijversdroom, had ik een andere droom. Naast beroemd en aanbeden wilde ik een prinses worden. En dan niet zo een als Maxima, nee een echte sprookjesprinses uit het magische sprookjesbos, die in een sprookjeskasteel woont met een eigen westvleugel. Een lange, roze jurk met pofmouwen, golvende, blonde lokken en een veel te zware kroon.
Ik kwam er redelijk laat achter dat het er voor mij niet inzat, voor niemand uit de echte wereld, eigenlijk, maar niet getreurd.

Zo jong als ik was, schreef ik wel het ene na het andere schrift vol met korte en lange verhalen, maar het kwam niet in me op om er ooit iets mee te doen.
De ene keer was het onderwerp een eiken doodskist diep onder de grond, waaruit het geluid van een piepende mobiele telefoon weerklonk, of een grote brand als gevolg van een kortsluiting in een discotheek, met een gevaarlijk loshangende discobol, vlak boven het meisje dat ik zo haatte.

Achteraf ben ik blij dat mijn moeder de volgekalkte schriften al die jaren voor me bewaard heeft, want nu weet ik dat het goed is dat ik niks met de verhalen heb gedaan. Het was namelijk niet echt van een hoogstaand kaliber, op z’n zachtst gezegd.

Zoveel jaar later was er maar een hele kleine aanmoediging nodig om mijn oude hobby weer op te pakken, niet wetende dat het ooit meer zou worden dan alleen maar een hobby. Dankzij deze aanmoediging schreef ik mijn eerste boek, daarna de tweede, derde en nu de vierde.

Het is zeker niet mijn hele leven mijn droom geweest, maar nu ik eenmaal zover ben, wil ik niet meer anders.

Ik leef nu mijn droom.

Waarom Van Dale mijn gemoed níet weet te sussen...

Deze week het gastlog van Saar Grolleman!

Het zat er al vroeg in: de liefde voor letters, ik las alles dat los en vast zit, verslond de gehele jeugd-afdeling van de plaatselijke bibliotheek (om vervolgens over te stappen op boeken die misschien niet helemaal lekker aansloten op mijn geestelijke ontwikkeling, wellicht versnelde ik deze hierdoor juist) en zat ieder vrij uur van de dag te fröbelen met pen, papier en een oude typemachine. Buren konden zelfgeschreven tijdschriften in hun brievenbus verwachten, familieleden keken uit naar ellenlange sinterklaasgedichten.

Op een gegeven moment is het over met Pim-Pam-Petten en rijst de vraag wat je worden wilt 'als je later groot bent'. Met mijn 1 meter 60 probeer ik de verantwoordelijkheid nog regelmatig te ontlopen, maar ook ik moest eraan geloven: studiebeurzen, open dagen, heel hard twijfelen en vervolgens een vliegtuig inspringen richting de andere kant van de aardbol om het leven nog even uit te stellen en mijzelf beter te leren kennen.

Voor de mensen om mij heen was het overduidelijk: 'ga toch lekker journalistiek studeren meid'. Zodra ik echter een dagje rondkeek bij deze opleiding gilde een stemmetje vanbinnen heel hard 'Néé!', keer op keer. Heus was, en is, er van alles dat mij aantrekt in een opleiding als deze – maar er lijkt ook teveel te zijn wat mij tegenstaat. Daarnaast krijg ik soms -excusez-moi- de kriebels wanneer ik stukken lees van afgestudeerden: wat leren ze daar eigenlijk? Wat een niveau-verschil zit er in het werk van alumni!

Ik ging eens op onderzoek uit, en startte logischerwijs met het woord 'jour•na•list': [zjoernaalist] de; m,v -en redacteur die werkt voor pers of omroep; verslaggever. Ja, dat komt wel in de buurt van wat ik het merendeel van mijn dagen doe; verslaggeven, voor diverse media. Interviewen, recenseren, artikelen in elkaar zetten en redigeren. Tóch bestempel ik mijzelf liever niet als 'journalist', ik ben immers niet afgestudeerd op dit vlak en heb niet het benodigde 'diploma'; het; o -’s bewijs van bevoegdheid.

Toch zegt dit niet dat ik het níet kan of in de vingers heb. Sommige mensen hebben 'het' gewoon, zegt men wel. 'Be•kwaam•heid' de; v -heden kunde en geschiktheid: zijn -heden capaciteiten. Dat soort uitspraken maken mij onzeker, ik ben nogal een gevalletje 'faal•angst' (de; m vrees om tekort te schieten). Hoe ik mijzelf dan kan betitelen? Ik vraag het eens aan een 'wijze tante', die zegt: welke keuze jij ook maakt, ik blijf je toch en vooral zien als een 'schrijver'.

'Schrij•ver' de; m,v -s 1 iem die zijn gedachten enz. schriftelijk aan het grote publiek bekendmaakt 2 degene die iets heeft geschreven. Geschreven heb ik zeker, gedachten gedeeld met publiek ook. Over het volume van dit publiek heb ik weinig te zeggen, ik heb geen weet van het bereik van mijn werk. Wel rijst de vraag of ik dan meer 'schrijver' dan journalist ben. Het lijkt erop alsof je hiervoor géén diploma nodig hebt, dit ook niet behalen kunt. Maar staat het schrijverschap dan gelijk aan het zijn van een 'auteur'? We slaan onze Dikke vriend er eens op na: 'au•teur' de; m,v -s schrijver, schrijfster ve boek. Oei, neen, van een boek durf ik nog niet echt te spreken. Die publicaties van gedichten in enkele bundels, maken mij nog geen 'schrijfster van een boek'. Een enthousiaste reactie op een concept van een redactrice bij een uitgeverij, maakt van een voorstel nog géén manuscript.

Terug naar het begin dan maar. Ik noem mijzelf vooralsnog freelance journalist/schrijfster en redactrice. 'Free•lance' [frielans] bw: ~ werken zonder dienstverband, is immers wat ik doe. Soms tegen betaling, soms 'vrij•wil•lig' bn, bw uit eigen beweging, niet gedwongen. En wanneer ik wél betaald word, blijft het werk vrijwillig. Ik zou niets willen doen dat níet uit eigen beweging gebeurd. De kern van mijn bezigheden is wat mij betreft namelijk het 'ge•not' het; o genietingen 1 het (gelukkige) bezit 2 aangename gewaarwording, dat ik hier uit weet te halen.

Wanneer ik – onzeker, diploma-loos, maar niet minder gedreven – het 'lef', het, de; o en m moed, durf, heb om mijn stoute schoenen op te poetsen, mijzelf presenteer én weet te verkopen. Wanneer ik, met behulp van mijn meest krachtige wapen, mijzelf naar binnen weet te kletsen bij een redactie of uitdagend project en wederom mag leren, inspireren, creativeren en groeien in wat mij nieuwe zuurstof geeft: woorden, schrijven, verhalen... dan kan ik mijn lol niet op. Ik leef en leer. Men mag mij volplakken met stickers, labeltjes en definities: noem mij maar gewoon Saar. 22 jaar, jong, leergierig, perfectionistisch, gedreven, té breed geïnteresseerd en bovenal klaar voor haar expeditie in de magische wereld der letteren.

Boek!

Vandaag het gastweblog van Petra Kruijt!

Veel journalisten, zo niet alle, fantaseren weleens over een eigen boek. Een diepgravend journalistiek werk. De biografie van een held. Of de ongeveer meest gekoesterde wens van Nederland: een roman. Ik had die wens ook. Al jaren. (En dat meen ik: vele jaren, ook al ben ik pas 22.)

Ik bedacht dat ik de journalistiek in zou gaan om te leren en mogen schrijven. Een boek was op mijn zeventiende, vers van de havo, nog een iets te groot project om te kunnen behappen. Ik schreef en schrijf met veel plezier interviews, reportages en andere journalistieke stukken. Toch bleef het boekidee kriebelen. Zou ik het kunnen? Had ik de lange adem die ervoor nodig is? De ideeënrijkdom om zonder andere bronnen dan mijn eigen fantasie minimaal vijftigduizend samenhangende woorden uit mijn toetsenbord te stampen? Er was maar een manier om daar achter te komen: het proberen.

Mijn eerste poging mislukte. De tweede strandde nog sneller. Tot ik, ik weet niet meer precies op welke glorieuze dag, een idee kreeg. Achteraf bleek het een gouden idee, maar dat wist ik toen nog niet. Ik schreef er een openingsscène van en die telde al meer woorden dan mijn langste artikel ooit. Vanaf dat punt ging het snel. Ik schreef bijna elke dag (ja, er is wel discipline voor nodig) en voor ik het wist, doorbrak ik de tienduizend woorden. En de twintigduizend. En hoe verder ik kwam, hoe meer ik in mijn zelfgemaakte wereld opging, hoe makkelijker ik verder schreef.

Ik weet niet hoe het bij jullie is, maar ik ben heel onzeker over mijn schrijven. Na inlevering van een artikel wacht ik nagelbijtend af wat een opdrachtgever ervan vindt. Als dit herkenbaar is, laat me je dan verzekeren dat wachten op reacties van uitgeverijen nog veel dodelijker is voor je nagels. Gemma & partners lag bij drie uitgeverijen in totaal en het duurde lang. Een maand, twee maanden, eerste afwijzing, drie maanden, vier maanden, vijf maanden, tweede afwijzing, zes maanden, uitnodiging voor een gesprek.

De rest is geschiedenis (dit zinnetje heb ik altijd al eens willen opschrijven). Over minder dan een maand ligt mijn boek in de winkels. Ondertussen ben ik druk bezig zo veel mogelijk media-aandacht te genereren. Heel gek; ineens sta ik ‘aan de andere kant’, zoals Shirley een paar dagen geleden ook schreef. Het is moeilijk te geloven dat dit echt over mij gaat. Maar het is waar. Ik heb een boek geschreven.

Crisis

Deze week het gastlog van Willem Bosma!

Ineens komt er van alles op je af. Meteen al in het begin zeiden ze: ‘Dit wordt geen leuk gesprek.’ En later werd eraan toegevoegd: ‘Maar aan je functioneren ligt het niet. Misschien nemen we over drie maanden weer contact met je op.’

Twee jaar geleden gaf ik er als freelancer de brui aan. Ik kon als redacteur aan de slag bij een computer- en internetmagazine. Veel meer zekerheid, want iedere maand een vast inkomen. Tot aan afgelopen augustus. Ik had niets in de gaten en wees personeelszaken er nog even op dat mijn beoordelingsgesprek eraan zat te komen. Na drie tijdelijke contracten was ik eindelijk toe aan een echt vast dienstverband.

Maar een dag voor de vakantie, aan de vooravond van mijn huwelijk, kreeg ik op een koele en afstandelijke manier te horen dat mijn werkgever niet bereid was mij een vast contract te geven. Op de vraag waarom heb ik ondanks aandringen nog steeds geen antwoord. Collega’s begrepen het niet en zelfs de invloed van mijn hoofdredacteuren had geen zin. Ik moest weg. Uiteraard ben ik vanaf dat moment aan het solliciteren geslagen, maar de zoektocht naar een andere baan heeft nog niets opgeleverd.

Ik denk er serieus over na om weer freelancer te worden. Via via ben ik in contact gekomen met een bedrijf dat teksten schrijft voor internet. Na een korte aanloopperiode kan ik daarmee tussen de zeshonderd en ruim duizend euro per week verdienen. Ik wil ook weer de normale journalistiek oppakken, maar ik merk dat ik na twee jaar er tussenuit te zijn geweest een paar essentiële dingen kwijt ben. Wat was ook  alweer de beste weekindeling? En wat zijn de tarieven van nu? Neem ik überhaupt een verstandige beslissing? Allemaal onzekerheden, ingegeven door angst voor het onbekende. Het is immers crisis…

Hiep hoi de zomer is voorbij!

Vandaag het gastweblog van Susanne de Haan!

“Hiep hoi de zomer is voorbij!”

Wat?

“Hiep hoi de zomer is voorbij!”

Meen je dat?

“Ja!”

Zomeravonden, heerlijk. Dagelijks zonder jas de straat op, fantastisch. Zwemmen in zee, subliem. Maar al dat gekakel en overgedreven gejeremieer van mensen die dwepen met de zomer kan mij oprecht gestolen worden. Doe normaal. Ieder seizoen is toch verrukkelijk en dan vooral de periode van september tot en met oud en nieuw. Dagen gaan korten, kaarsen gaan branden, haardvuur aan, rode wijn in de aanslag, laat de winter maar komen. Een prachtig schrijfseizoen waarin je zonder enig excuus heerlijk in je eigen wereld kan wegzakken. Laat de bestaande buitenwereld voor wat ie is en stijg op in je eigen universum.

Prettige vlucht.
De schrijflijster

Opdrachtgever

Vandaag het gastweblog van Ida Hylkema!

Opdrachtgevers zijn arrogant, komen afspraken niet na en beantwoorden nooit hun mail. Het was even slikken toen ik het boek ‘Freelancen-Ervaringen van twee freelancers’ aan het lezen was. Als beginnend freelancer, maar ook als opdrachtgever, want ik ben ook nog (parttime) redacteur bij een vaktijdschrift.

Nu vind ik dat ik een goed contact met ‘mijn’ freelancers heb, maar na het lezen van het boek begon ik toch te twijfelen. Want inderdaad, ik beantwoord mijn mail ook niet altijd meteen als er een tip binnenkomt.

Hallo freelancers, opdrachtgevers hebben echt meer te doen dan achter hun bureau te wachten op een mailtje dat ze meteen (positief) beantwoorden. Soms zijn ze op reportage, aan het racen voor een deadline of – vaak de reden waarom freelancers niet in vaste dienst willen werken – in vergadering. En een tip of leuk verhaal moet vaak door meerdere personen worden beoordeeld, voordat er een reactie kan worden gegeven. En dat duurt soms even.

Maar goed, het boek heeft me wel aan het denken gezet. Niet alleen weet ik nu zeker dat ik mijn freelance-plannen ga doorzetten, maar ik weet nu ook dat ik beter om ‘mijn’ freelancers moet denken. Dus beantwoord ik nu keurig mijn mail en geef ik feedback aan de freelancers. Ook als iets me niet bevalt.

Dat laatste resulteerde vorige maand in een gesprek op een terrasje ergens aan de Waddenkust in Groningen, waarna opdrachtgever en freelancer beide concludeerden dat ze zoiets vaker moeten doen. Nu maar hopen dat er ook buiten ‘komkommertijd’ tijd gevonden kan worden voor dergelijke gesprekken.

,,We zitten allemaal op eilandjes en hebben geen boot om naar elkaar toe te roeien’’, merkte een collega op toen we het hadden over de kloof die er vaak is tussen communicatiemensen en redacteuren. Datzelfde geldt voor redacteuren en freelancers. Vaak is het geen onwil, maar onwetendheid aan beide kanten. Een goed gesprek werkt voor beide partijen verhelderend. En als dat ook nog op een zonnig terrasje ergens in Noord-Groningen gebeurt, is de missie bij voorbaat al geslaagd. Ergens anders mag ook.

Spinnepap

Vandaag het gastweblog van Monica Buitelaar!

Nooit van gehoord, spinnepap. Tot gisteravond toen manlief, levenspartner, wederhelft of hoe je dat ook mag noemen heel lieflijk zei: 'Nou, dat zal dan wel spinnepap worden'. Zijn 'stimulerende' reactie tijdens een geanimeerd gesprek over mijn plannen om me als tekstschrijver/journalist bij de KvK in te schrijven en als ZZP-er te starten. De vraag was wat dat zou opleveren: brood met beleg; alleen het brood of alleen het beleg. En wordt het dan rosbief of kaas. Nou ja, misschien pindakaas dan, is tenslotte ook beleg. Toch? En toen maakte mijn lieverd die opmerking over spinnepap. 'Spinnepap? ... en wat is dat dan wel?' 'Nou', legde hij fijntjes uit, 'dat was vroeger bedoeld voor de armen; ipv brood en beleg kreeg je dat 's-morgens voordat je naar school ging'. Een soort papje met 'dingetjes' erin. Waar dat papje uit bestond wist hij niet meer maar 't leek op Brinta, havermouth of iets anders papperigs. We hebben er hartelijk om gelachen maar toch bekroop mij een raar na-papperig gevoel: dat 'vroeger' smaakte toch behoorlijk naar 'middelbaar' en dat 'voor de armen' naar een ietwat wantrouwige kijk op mijn ZZP-plan.

't Wordt tijd dat ik dat spinnepapperige ventje gauw iets anders inpeper!

Altijd aan het werk?!

Deze week het gastlog van Denise:

Soms gaat mijn lichaam op vakantie, maar mijn hoofd weigert zijn koffer te pakken. Terwijl mijn lichaam zich comfortabel uitstrekt op een ligbed of een terrasje pakt, associeert mijn hoofd alles wat het ziet en hoort met nieuwe onderwerpen voor een artikel.

Binnenkort is het weer zo ver, dan vertrekt mijn lichaam voor een paar dagen naar Berlijn. In een mailwisseling met de chef redactie van Ouders van Nu vertel ik erover. En terwijl mijn lichaam zich al verheugt op een paar dagen rust, schrijft mijn hoofd in de mail erbij dat ik zonder de kinderen ga. Misschien wel een leuk idee voor een artikel? Zonder kinderen op vakantie gaan, (hoe) doe je dat?

De chef redactie mailt terug dat het inderdaad een leuk artikelidee is. Of ik alvast wil bijhouden hoe ik Berlijn beleef zonder kinderen. Misschien valt er een ik-verhaal van te maken. Ik vertel het enthousiast aan mijn vriend, die reageert meteen verbaasd: “Maar je gaat toch niet werken op vakantie?” Mijn lichaam schudt mijn hoofd. Maar mijn hoofd juicht.

Lekker vergaderen

Deze week is het gastweblog van Christine van Eerd!


Redactievergaderingen, ik hou er wel van. Met een aantal medewerkers van de opdrachtgever, de hoofdredacteur, tekstschrijvers en liefst ook een fotograaf om de tafel zitten. De onderwerpen van een groslijst bespreken, elkaar inspireren tot andere onderwerpen, de insteek van een artikel bepalen en nadenken over bijpassend beeld.

 

Zelf vind ik een redactievergadering een logisch begin van een nieuwe editie van een blad. Maar ik merk dat niet elke tekstschrijver/journalist dat gewend is. ‘Doe mij maar een briefing, dan schrijf ik het stukje wel.’ Nou mij niet gezien hoor, laat mij maar lekker meedenken vanaf het begin en de balans van het blad in de gaten houden. Leent dit onderwerp zich voor een kort nieuwsberichtje, een reportage of een interview? Kunnen we deze twee actualiteiten aan elkaar knopen in een langer artikel? Daarna begint mijn specialiteit: een duidelijk overzicht maken van de inhoud van het blad. In zo’n schema staat wie wat schrijft, hoeveel woorden daarvoor beschikbaar zijn, wie kan worden benaderd voor meer informatie en natuurlijk de deadline voor inleveren van de kopij.

 

Het lekkerste loopt een redactievergadering als iedereen zijn huiswerk heeft gedaan. En dat valt soms tegen. Dan staat er een onderwerp op de groslijst en tijdens de vergadering weet eigenlijk niemand waar dat precies over gaat, wanneer het gaat spelen of minstens wie die vragen kan beantwoorden. Zo’n onderwerp schuift dan eindeloos door en vervalt op den duur omdat het gaandeweg vanzelf oud nieuws wordt. Jammer.

 

Ik ben benieuwd hoe de lezers van dit weblog hier tegenover staan. Schuiven jullie aan bij redactievergaderingen? Is dat een kans om invloed op de inhoud van het blad te hebben of een noodzakelijk kwaad? Wie heeft er nog tips om zo’n vergadering soepeltjes in goede banen te leiden?

 

www.christinevaneerd.nl

Dé combi?

Deze week het gastweblog van Cécile!

Iedereen heeft zo zijn eigen reden om te gaan freelancen. Financieel voordeel, eigen werktijd-planning… ga zo maar door. Míjn reden was de combinatie werk en het leven van onze drie basisschoolkinderen. Met één middagje naschoolseopvang, wat werken in de avonduren en af en toe een extra oppas kan ik heel wat uren halen. En nu de kinderen ouder worden - onze jongste is zeven - kan die extra oppas er langzamerhand ook uit. Ik werk in de voorkamer en als de tussendeur dicht gaat begrijpt het grut dat ze me niet mogen storen.

Ooit belde er iemand die ik even kort via de telefoon wilde interviewen voor een quote-opdracht. (Overigens een heavy klus: tien mensen telefonisch interviewen die natuurlijk nooit op kantoor zijn als jij tijd hebt en precies op onhandige tijdstippen terugbellen. Zo ook deze man, op woensdagmiddag!)

Terwijl ik de tussendeur sloot en daarmee het kindergeluid uit de hoorn haalde, merkte hij op: ’Wat heb je nu met die kleine gedaan, in een kast gestopt?’ Lachend stelde ik hem gerust: ‘Die kleine is niet zo klein meer.’ Dat er aan de andere kant van de deur vijf basisschoolkids rondhuppelden, heb ik maar niet gemeld.

Afgelopen week moest onze middelste van negen nog even een spreekbeurt houden. Ze wilde het over konijnen doen zodat ze haar nieuwe liefde, konijn Valentijn, kon laten zien. Of ik alsjeblieft met hem op school wilde verschijnen. De juf werkte niet echt mee qua tijdstip en dus kon moedertjelief om één uur langskomen, midden op mijn, toch al volle, werkdag.

Die ochtend zat ik, in net pak gehuld, een interview te houden bij drie CEO’s van ’s lands grootste pakketvervoerder. Ik verliet de bespreking te laat, scheurde naar huis, dropte het konijn in een bak en scheurde weer naar school waar ik zeker op tijd was voor de spreekbeurt. Zittend aan een veel te klein tafeltje, konijnenhaar op mijn pak, werkte ik mijn eerste aantekeningen uit en bedacht me dat er toch wel een heel verschil zit tussen een meeting met hoge bonzen en een spreekbeurt over een konijn. Maar tegelijk zag ik ook voor me hoe ik zoiets in hemelsnaam had moeten verkopen aan mijn vorige baas: ‘Ik heb een lunchmeeting met onze dochter en haar konijn?’ Ik was blij dat ik het niemand hoefde uit te leggen. En waar doe je het dan voor?

’s Avonds toonde onze dochter niet alleen haar behaalde 10, maar ook haar nieuwe Hyves-site: de Valentijnclub, al zeven klasgenootjes waren er lid van geworden! Ik kan je zeggen: niet alleen zij was trots...

Lekker netwerken

Deze week is het gastblog van Marijke Krabbenbos

Als gastblogger zal ik me even introduceren. Ik ben Marijke Krabbenbos (37) en sinds 2006 personal brainstormer, brainstormbegeleider en trainer Brainstormen en Creatief Denken. Zie voor meer info www.ideacompany.nl.

Naast de IdeaCompany heb ik 2,5 jaar geleden, uit eigen behoefte, een netwerk opgericht voor ondernemende vrouwen, Bites & Business. Het is een lokaal georganiseerd netwerk met maandelijkse bijeenkomsten die netwerken als belangrijkste activiteit hebben. Dus geen lezing, presentatie, workshop of ronde tafel discussie over een thema dat je elders vaak ziet. Gewoon lekker samen eten en kletsen en elkaar verder helpen met behulp van een eenvoudige, doch zeer effectieve enveloppenmethode.

De doelgroep is leuke, werkende vrouwen (dus ook loon-diensters) die van netwerken houden. Naast de netwerkavonden organiseer ik twee keer per jaar een serie workshops, voor en door leden. Iedereen die een vak heeft en een beetje kan presenteren, kan een workshop geven, is mijn stelling. Een grafisch vormgever doet bijvoorbeeld “Wegwijs in de wereld van grafisch ontwerp, drukwerk en websites” en een tekschrijver doet een workshop “Effectief schrijven – verleid je lezer”.

Na 30 netwerkbijeenkomsten in Amsterdam en al twee bijeenkomsten van Bites & Business in Haarlem én plannen voor een landelijke uitrol, wordt het hoog tijd voor een website. De LinkedIn Group die er nu is, voldoet niet meer en een gratis community op ning.com of mindz.com biedt toch niet precies dat wat ik wil bieden. Dus ging ik een avondje in de kroeg zitten met een stel B&B-leden om over de site te praten, heb ik flink rondgevraagd naar tips voor goede en betaalbare webbouwers en heb ik in Powerpoint de schermen getekend.

Vandaag heb ik de briefing verstuurd naar bouwers die mij zijn aangeraden of die ik al eerder had ingehuurd. Ik raadpleeg nooit meer de Gouden Gids voor dit soort dingen. Ik gooi het in wat groepen en krijg dan waardevolle tips. Da’s zo fijn aan netwerken. Ik ben benieuwd wat voor offertes er uit komen!

De geboorte van een freelancer

Deze week het gastlog van Jorine de Bruin!

“Zou je dat nu wel doen? Durf je het wel aan? Tjonge, wat goed zeg; dat je dat durft in deze tijd!”
Zomaar een paar opmerkingen die mij ten deel vallen als ik vertel dat ik wil gaan starten rond begin september als freelancer. Eigenlijk zie ik het zelf positief in! Hoezo lastige tijd? Ik vind het wel een uitdaging juist!
Kom maar op met die opdrachtgevers en laat mij maar lekker schrijven! Maar natuurlijk weet ook ik heus wel dat het niet goed gaat met de economie, freelancen toch geen financiële zekerheid biedt vergeleken met een vaste baan, het echt altijd niet zo leuk zal zijn als het lijkt, etc. Maar ik ben alleen maar blij dat ik mijn droom kan en mag gaan waarmaken! Vanaf de basisschool vind ik schrijven het leukste dat er is en ik zal dan ook alles op alles gaan zetten om mij als freelancer straks goed te profileren. En het is spannend! Ik wist niet dat het zo leuk is om een keuze te maken uit al die verschillende ontwerpen voor een visitekaartje, je website ontwerpen, mappen aanschaffen voor de administratie (en hopelijk vele bewijsexemplaren! ;-)), een logo uitzoeken (oftwel: een eigen huisstijl), etc. En natuurlijk mijzelf afvragen: “Wat wordt in huis mijn werkplek?” Ik denk gewoon in de huiskamer, of zal ik dan elke vrije minuut alsnog een blik op mijn e-mail werpen? Mijzelf kennende denk ik het namelijk wel! ;-) En natuurlijk, laten we dat vooral niet vergeten, het boek ‘Fr€€lancen’ voor de vierde maal lezen! Eerlijkheidshalve zal ik dan ook maar toegeven dat ik daar al een hoop tips en trucs heb uitgehaald!
Maar voordat ik straks daadwerkelijk de ‘deuren ga openen’ van mijn bedrijf, ben ik natuurlijk erg benieuwd naar jullie ideeën en opmerkingen over hoe jullie te werk zijn gegaan. Werken vanuit de huiskamer of een eigen kamer creëren? Wat voor visitekaartjes moet ik nemen? Wat is het beste voor een overzichtelijke website? Hebben jullie bijvoorbeeld officieel briefpapier? Ik ben benieuwd en dank iedereen alvast voor zijn of haar helpende hand! World of the freelancers: here I come!

Rond middernacht gaat het licht uit

Deze week het gastweblog van Edith Moerenhout!

Wel ja, stel je één keer een vraag op dit weblog, word je meteen gestrikt om een gastweblog te schrijven. “Nee” zeggen is af en toe best moeilijk, maar schrijven is ook zo leuk. Om te beginnen zal ik me maar even netjes voorstellen. Mijn naam is Edith Moerenhout en sinds een maand durf ik mij officieel freelancer te noemen. Een groot woord voor iemand die thuis voor haar kindjes zorgt, een dochter van vijf en een zoontje van twee, en daarnaast regelmatig artikelen schrijft.

Het is eigenlijk allemaal begonnen met mijn man. Hij is profwielrenner bij de Rabobankploeg en voor zijn website maakte ik af en toe een column. Ik vond ze zelf redelijk geslaagd en in een brutale bui besloot ik deze aan te bieden aan de regionale krant. “Neem voor aanvang van de Tour de France nog maar eens contact met ons op,” was het antwoord. Dat deed ik en zo scoorde ik voor een schijntje mijn eerste opdracht, 11 columns tijdens deze grote wielerwedstrijd. Het balletje ging rollen. De lokale Rabobank vroeg me om mee te schrijven aan het kwartaalmagazine, ik volgde nog wat journalistieke cursussen en begin juli komt mijn aller-, aller-, allereerste artikel uit in een kindertijdschrift. Kicken!

Maar sinds ik ben gaan schrijven, lig ik niet meer voor half twaalf ’s avonds op bed. Overdag schrijven doe ik mezelf niet aan. Zodra ik de knop van mijn laptop aanraak, staat mijn zoontje aan mijn broekspijpen te trekken. Af en toe parkeer ik hem achter de tv, maar dat vind ik ook zo sneu. Voor mezelf heb ik een kinderloze dinsdag geregeld, maar komt toch nog steeds tijd te kort. Daarom schrijf ik vooral ’s avonds.

Dat ik tijd te kort kom zal wel aan mezelf liggen, want ik kan uren over een simpel artikel doen. Ben pas na veel knip- en plakwerk tevreden. En dat maakt me onzeker. Hoe snel zouden de “echten” eigenlijk schrijven?

Ook moet ik enorm wennen aan mijn “verknipte” werkweek. Thuis werken is aan de ene kant heerlijk en je bent enorm flexibel. Maar, voor mijn gevoel ben ik ook nooit klaar. Op de vreemdste tijdstippen zit ik achter de computer. Een paar vaste dagen bij een baas in dienst lijkt nu erg rustgevend. Je trekt om vijf uur de deur achter je dicht en klaar is kees!

Hoe doen jullie dat eigenlijk, je tijd verdelen tussen werken, kinderen en huishouden? Oh ja, en je partner natuurlijk…

Interviewen

Vandaag het gastweblog van Margot Visser!

Ik vind goed interviewen een hele kunst. Het moet maar net klikken, de geïnterviewde moet op zijn praatstoel zitten, of je moet hem erop krijgen, en je moet weten waar hij of zij iets onthullends te melden heeft. Dat laatste schijn je te kunnen merken aan hele subtiele dingen. Dat heb ik, als beginnend freelancer, tenminste gelezen in een boek over interviewen. Ik vond dat heel intrigerend en sindsdien probeer ik daar op te letten. Sneller praten, wel of niet knipperen met ogen, blozende wangen (ok, da’s niet zo heel subtiel), dat soort dingen. Ik vind dat nog een hele klus, als je je ook nog moet concentreren op de vragen en op het maken van notities. Veel verder dan opmerken dat iemand het ergens niet over willen hebben ben ik nog niet gekomen. Terwijl ik toch graag onthullende uitspraken zou willen ontlokken.

Ik ben iemand die geen memorecorder (of hoe noem je zo’n ding) gebruikt en tijdens het interview dus zit te schrijven. Er wordt mij dan weleens gevraagd waarom ik niet zo’n recorder gebruik. Tja, ik ben het nu eenmaal gewend zo, vind het ook wel fijn en het lijkt mij niet prettig om thuis weer het hele gesprek opnieuw te luisteren en dan pas aantekeningen te maken. Maar goed, daardoor mis ik misschien wel subtiele hints qua lichaamstaal. Want ik kan niet tegelijkertijd op mijn papier kijken én op de gezichtsuitdrukking van mijn gesprekspartner letten. Ook een nadeel: soms praat iemand erg snel en kan ik het gewoon niet bijhouden met schrijven. Dan vraag ik wel of iemand even kan wachten, maar ja, als ie net lekker in zijn verhaal zat is dat ook niet prettig. Moet ik dan toch maar zo’n ding gaan aanschaffen?

O ja, ook zoiets: hoe eindig je een interview? Ik kan daar tot nog toe geen goeie draai aan geven. Het blijft even stil, ik tuur op mijn papier om te checken of ik alles heb wat ik wil hebben en zeg dan zoiets als ‘volgens mij zijn we er zo wel’. Dan heeft iemand net heel gezellig zitten kletsen over een onderwerp en dan ineens, pats, is het gesprek klaar. Dat kan vast wel op een leukere manier, maar die heb ik nog niet uitgevonden.

Ik hoop tenslotte altijd dat de geïnterviewde het ook leuk heeft gevonden dat we dit gesprek hebben gehad. Dat het dus niet alleen voor mij interessant was, maar dat diegene ook zoiets heeft van ‘goh, ik heb er echt wat aan gehad, ik kijk er nu op een andere manier naar’. Afgelopen week had ik dat toevallig voor het eerst, althans het was de eerste keer dat iemand het uitsprak. Ik interviewde een management trainer/coach voor een zakenblad. Hij complimenteerde mij met de vragen die ik stelde en vond het echt een goed gesprek. Nu zat zijn vak ook erg in mijn straatje dus dat was niet echt toeval, maar toch. Ik was er erg blij mee. Misschien wordt het toch nog wel wat, dat interviewen. Hebben jullie nog goeie tips?

Bezinnen

Vandaag het gastweblog van Ingeborg Hoogsteen.

Enkele weken geleden was ik ineens op. Werd ’s ochtends doodmoe wakker, voelde me constant opgejaagd, sliep slecht, was overdag duizelig en kon me moeilijk concentreren. Het voelde alsof een flinke burnout op de loer lag. Tijdens de laatste schoolvakantie van mijn twee kinderen heb ik dan ook bewust mijn werk laten liggen. En dat beviel me stukken beter dan ik had gedacht.

Zonder dat ik het eigenlijk besefte, ben ik de laatste maanden steeds verder af komen te staan van de moeder, vrouw en journaliste die ik graag wil zijn. Sinds oktober vorig jaar werk ik niet alleen op mijn vaste werkdagen maar ook ’s avonds, in de weekenden, als mijn jongste naar de peuterschool gaat of als de kinderen mooi spelen. En soms als ik echt wat moet afmaken, zet ik ze even voor de televisie.

Daar voelde ik me dan weer ontzettend schuldig over. De kinderen worden al zo snel groot en ik wil graag van hen genieten. Maar tegelijkertijd solliciteer ik de laatste tijd dus voor workaholic. Ik voel me al een tijdje geen eigen baas meer, geen journaliste die zelf bepaalt wanneer, waarover en voor welke bladen ze wel en niet schrijft maar meer alsof ik tien bazen heb die ik allemaal tevreden moet houden en hun soms te strakke deadlines maar heb te accepteren.

Voor het geld hoef ik het eigenlijk niet te doen. Mijn man verdient meer dan genoeg maar ik wil het druk hebben. Dan voel ik me nuttig. Bovendien wil ik een volledig inkomen uit mijn tekstbureau halen want voor mij is financiële onafhankelijkheid erg belangrijk en wil vooral niet ‘teren’ op de inkomsten van mijn man (wat hij de grootste kolder vindt, maar dat terzijde). Dus neem ik regelmatig opdrachten aan over onderwerpen die me voor geen meter interesseren, zit ’s ochtends soms om vier uur al achter de pc om deadlines te halen maar toch ook de kinderen zelf naar school kan brengen. En ondanks mijn stress, werkdruk en tijdelijke jaloezie naar vriendinnen in loondienst ben ik ook wel trots: mijn tekstbureau draait erg goed en da’s toch knap in deze magere tijd?

Sinds anderhalve week doe ik het wat rustiger aan en zeg zo nu en dan zelfs nee. Maar ik moet er vreselijk aan wennen. Ik voel me moe, lui en schuldig. Maar kom nu wel aan brainstormen, vakliteratuur lezen en genieten van mijn prachtig opgemaakte artikelen toe. En krijg inspiratie, heb meer rust en aandacht voor de kinderen en krijg inzicht in mezelf. Ook wordt me steeds duidelijker waarover en voor welke bladen ik wel en absoluut niet wil schrijven. Ik wil mooie verhalen over interessante mensen schrijven, artikelen plaatsen in publieksbladen waar ik al jaren van droom en eindelijk eens beginnen aan het boek dat ik al vanaf mijn achtste wil schrijven. Maar of ik daar de komende maanden voorrang aan durf te geven boven minder interessante artikelen die wel brood op de plank brengen, weet ik niet.

Wie durft lucratieve opdrachten af te zeggen om te brainstormen over artikelen in het tijdschrift van je dromen? Of beginnen aan een boek waarvoor je nog geen uitgever voor hebt gevonden en dus nog geen geld oplevert? Graag jullie reacties!

En dan ineens…. Druk!!

Deze week het gastlog van Janna Bosma

Als beginnend tekstschrijver, zo noem ik mezelf gezien ik met name commercieel tekstwerk verricht momenteel, neem ik alle klussen aan die ik kan krijgen. Ik vind dat ik nog niet kieskeurig mag zijn en daarnaast kan ik alle klussen en bijbehorende vergoeding goed gebruiken. De ene klus is natuurlijk leuker en interessanter dan de ander. Als commercieel tekstschrijver schrijf je nu eenmaal niet altijd over onderwerpen die je zelf leuk vindt. Maar ik maak me geen illusies, op een column van mij zit nog niemand te wachten. En gelukkig mag ik iedere week een stuk schrijven voor een huis aan huiskrant over een zelfgekozen onderwerp. De combinatie van die twee bevalt me tot nu toe erg goed. Ik maak vooral veel ‘schrijfmeters’ om te leren, beter te worden en een redelijk belegde boterham te verdienen.
De ene week is die boterham prima belegd, terwijl ik de week daarop bij wijze van spreken een droge cracker moet eten. Vorige week nog had ik met mezelf afgesproken dat ik toch écht eens wat acquisitie moest plegen, want het liep niet bepaald storm. Het actief benaderen van potentiële opdrachtgevers is niet mijn grootste hobby. Ik ben niet zo’n netwerker en vind het lastig om mezelf ‘aan te bieden’. En dan ineens, alsof de opdrachtgevers het ruiken, stroomt het werk binnen. Maandag begon het met twee leuke opdrachten die ik makkelijk in mijn toch al vrij lege agenda kwijt kon. Dinsdag kwam er nog een klusje bij. Het artikel moest dezelfde dag nog aangeleverd worden: geen probleem.
Maar toen kwam woensdag. Ik werd gebeld met de vraag of ik negen bedrijven wil bezoeken om hier vervolgens korte artikels van zo’n 300 woorden over te schrijven. En er moest ook even een leuke foto bij. Deadline volgende week dinsdag. Ja, natuurlijk gaat dat lukken, komt voor elkaar! Vanmorgen werden hier nog eens acht bedrijven aan toegevoegd en de deadline bleef staan. En natuurlijk riep ik weer vrolijk dat dit geen probleem was, terwijl ik het toch wel een heel klein beetje benauwd kreeg. Ging dit mij eigenlijk wel lukken allemaal? Gelukkig heb ik met alle bedrijven een afspraak weten in te plannen en als ik even flink mijn best doe, dan moet het lukken. Alle plannen die ik voor het weekend had, zijn inmiddels afgezegd. Ook de avonden heb ik hard nodig. En gezien mijn ‘kantoor’ zich thuis in de woonkamer bevindt, zal ik mijn vriend verzoeken zijn vertier de komende dagen elders te zoeken.

Maar ach, ik vind het leuk werk en het levert nog een mooi bedrag op ook. Je hoort mij niet klagen. Waarschijnlijk is mijn agenda volgende week weer een stuk leger en moet ik dan toch écht eens iets aan acquisitie gaan doen.

Ongezien

Deze week het gastlog van Nelleke

Drie keer is scheepsrecht, zou je zeggen, maar nu is het me al voor de vierde keer overkomen – dat ik een offerte maak voor een klus, terwijl ik het materiaal op basis waarvan ik zal gaan werken, nog niet heb gezien. Dus louter op basis van de telefonische uitwisseling. Terwijl toch boven aan het excelsheet waarin ik het tarief voor een vertaling bereken, met grote letters ‘tekst tevoren inzien!’ staat... Maar het gebeurt niet alleen bij vertalingen.
Ik had een schrijfklus aangenomen voor een communicatiebureau. Het was bij voorbaat afgemaakt op 6 uur per te schrijven tekst en ik zou basismateriaal krijgen met alle info voor elke tekst. Helaas was die heel basaal en moest ik er zelf nog van alles bij zoeken.
Ander geval: de eindredactie van een boekje waaraan verschillende schrijvers bijdragen geleverd hadden. Dus: de verschillende hoofdstukken op overlappingen controleren en er een inleiding bij schrijven. Bleek dat één van de (tien) hoofdstukken niet meer dan een ruw concept was. Oh, is dat zo? We praten je wel even bij, dan kun je het zelf wel aanvullen, toch?
Dan de vertalingen: de ene keer schatte ik het verkeerd in op grond van wat ik al eerder voor die klant gedaan had (een flyer met lessen en workshops voor een dansschool). Een flyer over de nieuw opgerichte therapeutische praktijk van een van de dansleraren bleek iets ingewikkelder, maar ik had de tijd genoemd die ik altijd nodig had voor de dansschoolstrooifolder... Hier zijn we trouwens in goed overleg uitgekomen.
De andere misrekening overkwam me met de vertaling (E>N) voor een vaktijdschrift. Er werd gezegd dat die ongeveer 2500 tot 3000 woorden zou tellen, dus ik offreerde 8 à 9 uur, ‘afhankelijk van het aantal woorden’. Het bleek een tekst met heel veel ‘realia’. Die kun je tegenwoordig vrij eenvoudig op internet opzoeken, maar extra tijd kost het sowieso. ‘Gelukkig’ telde de tekst minder woorden dan de opdrachtgever had gedacht, maar ik heb bij het inleveren van de vertaling gemeld dat ik het hoogst geoffreerde bedrag zal gaan factureren, vanwege dat extra opzoekwerk.

En dan heb ik het nog niet over mijn valkuil, dat ik klussen laat uitdijen, dat ik er – ook zonder deze omstandigheden – meer uren aan besteed dan geoffreerd... Later misschien nog eens ;-)

Nelleke de Jong - van den Berg
(tekstbureau voor schrijven, vertalen & redigeren sinds januari 2008, sinds januari 2009 fulltime freelancer)

Motivatiecurve

Deze week het gastblog van wetenschapsjournaliste Bo Blanckenburg (.nl)

Het is er altijd, dat moment. Mismoedig staar ik naar mijn lege beeldscherm. Ik denk aan de bergen informatie die ik de afgelopen dagen heb verzameld. Ineens lijkt het heel weinig, lang niet interessant genoeg voor een artikel. Wie wil hier nou wat over lezen?

Even een paar weken terugspoelen, naar het begin van mijn motivatiecurve. De hoofdredacteur van een magazine waar ik vaak opdrachten voor doe, belt me tijdens mijn wintersportvakantie. Of ik zin heb in een reportage over een scholierenproject? ‘Natuurlijk!’ roep ik enthousiast.

Eenmaal thuis stort ik me er lekker in. Het is een superleuk project, mijn motivatie huizenhoog en ik voel; dit gaat een topstuk worden! Vlijtig ga ik op zoek naar organisatoren, wetenschappers en scholieren om te interviewen. Ik observeer scholieren tijdens een practicum, interview de winnaar van vorig jaar en ontfutsel de nietsvermoedende 5e klassers een paar mooie quotes. En hun emailadressen.

Dan volgt de sudderfase. Ik laat alle informatie een paar dagen op me inwerken, om de structuur van het stuk te bepalen. De curve neemt hier een aardige duik naar beneden. Mijn gevoel over het artikel verschuift geleidelijk van ‘leuk’ naar ‘werk’. De tekst houdt me constant bezig. Of ik nu onder de douche sta, bij de bushalte of in de supermarkt, mijn achterhoofd is druk aan het werk. Toch maar met een quote beginnen? Of ga ik voor een meer beschrijvende lead? Ik draai elk stukje informatie binnenste buiten en laat alles in 100 verschillende volgordes passeren, tot er – bijna als vanzelf – een structuur ontstaat die ik dan snel op de achterkant van een kassabonnetje krabbel.

Dan moet het dan toch echt gebeuren; er moet getypt worden! Met twijfelachtige moed sluit ik mezelf op in mijn studeerkamer, vastbesloten er niet meer uit te komen voordat het stuk op papier staat. Dan slaat de twijfel toe. Er is vast niemand die dit verhaal ook maar een moer interesseert. Ik vind het zelf niet eens meer leuk, het voelt als oud nieuws. De motivatiecurve daalt nu onder het vriespunt. Ik heb het he-le-maal gehad met het onderwerp, die stomme scholieren en betweterige onderzoekers. Laat ze naar de maan lopen met hun domme projectjes! Maar: ik heb de redactie beloofd dat het stuk er komt. En je afspraken niet nakomen, dat is het ergste wat je als freelancer kunt doen. Gewoonweg geen optie! Ik staar nog eens chagrijnig naar dat witte scherm. Verdomme, kom op Bo! Ik haal diep adem, kijk op mijn kassabonnetje en begin.

Een uurtje later steekt mijn vriend zijn hoofd om de deur: “gaatie goed?” Ik mompel onduidelijk naar hem, compleet opgezogen door mijn tekst. De basis staat er en de motivatie klimt weer. Langzaam krijgt het uiteindelijke verhaal vorm. De motivatie kruipt voorzichtig uit zijn dal; misschien dat het toch nog wel een leuk stuk wordt.

De volgende dag trek ik een uurtje uit om aan het stuk te vijlen, dan gaat het naar de geïnterviewden en verder naar de redactie. Pas als de deadline is gehaald, haal ik weer vrij adem. Pfoe, het is toch weer gelukt! De motivatie is weer op oud niveau, zeker als de klant er ook tevreden mee is. En dan komt de grootste voldoening, het artikel zwart op wit. Elke keer ben in weer trots en voel ik: uiteindelijk is het de moeite toch zo ontzettend waard!

Motivatiecurve

De doelgroep

Deze week het gastlog van Denise

Alle tijdschriften hebben er eentje. Een doelgroep. Best logisch, want als je weet voor wie je schrijft, kun je beter schrijven. Gerichter. Toch krijg ik de kriebels als redacteuren praten over ‘de’ doelgroep alsof ze er alles van weten. Dan krijg ik van die stellige commentaren. ‘Als je het artikel zo begint, haakt ‘de’ doelgroep direct af’. Of: ‘De x-vrouw (doelgroep tijdschrift x) wil liever geen negatieve verhalen over dat onderwerp lezen’. Oh? Misschien zit ik ernaast, maar de bladen waar ik voor werk, verdenk ik er niet van dat ze wetenschappelijk onderzoek naar hun doelgroep doen. Dus baseren ze hun kennis van de doelgroep kennelijk op een of ander onderbuikgevoel. Altijd vraag ik om een A4-tje met een profiel van de doelgroep. Zodat ik me net zo goed kan gaan inleven als de redactie. Je raadt het al. Ik heb nog nooit zo’n A4-tje ontvangen.
Regelmatig ervaar ik ook problemen met potentiële interviewkandidaten doordat de groep lezers natuurlijk nooit 100% overeenkomt met de doelgroep. Op een forum waar ik vaak kom, deed ik laatst een oproep voor deelname aan een artikel in tijdschrift x. Vrouwen die ‘te oud’ bleken, maar het tijdschrift wel lazen – of zelfs een abonnement hadden- waren diep beledigd. Voor tijdschrift y deed ik een voorstel dat te maken had met een kinderwens. Het werd afgekeurd. Hun doelgroep had nog geen kinderwens, aldus de redactie (we hebben het over vrouwen van 20 tot 35 jaar!). Op datzelfde forum waar ik vaak kom, plaatste ik de opmerking van tijdschrift y. Aangezien het een forum is over een kinderwens, waren de reacties behoorlijk fel. Eén vrouw zegde zelfs per direct haar abonnement op. Maar dat vindt tijdschrift y vast niet erg. Ze was toch niet hun doelgroep.

Ge-jij

Deze week het gastlog van Christine

Geachte, Beste, Ha, Hoi, Hallo, Hi,

Wat is dat toch lastig, de aanhef boven een e-mail. Geachte voelt vaak te formeel, maar als je iemand nooit hebt ontmoet is een al te populaire opening niet altijd de juiste. Soms schrijf ik ‘Beste xxx’ en krijg ik een e-mail terug met ‘Geachte mevrouw yyy’ - dat laatste overigens vooral als een secretaresse de mail namens haar baas beantwoordt.

Ook bij een telefonisch interview is het de kunst om in te schatten of diegene met ‘u’ of ‘jij’ wil worden aangesproken. Meestal gaat het vanzelf, dan voel je het wel aan, maar soms zit ik er echt naast. Dan ga ik als vanzelf over op ‘je’, dat vind ik voor mezelf namelijk te prefereren, en dan blijft degene aan de andere kant van de lijn hardnekkig ‘u-en’ en ‘mevrouwen’.

Het mailtje dat negen van de tien keer volgt op zo’n telefoongesprek hou ik meestal zo formeel mogelijk. Maar laatst zat ik er toch naast. Ik had op het laatste moment op vrijdagmiddag een wethouder kort gesproken en het tekstje met de quote nog even opgestuurd. Geachte mevrouw ... etc. Dat weekend krijg ik haar reactie: ‘Prima zo. Succes ermee! Groet Carolien’. Had ik me toch laten imponeren door haar functie, terwijl we ook leeftijdsgenoten zijn en allebei professionals op ons eigen terrein.

Voor onze Belgische weblog-lezers ligt deze kwestie misschien net weer even anders. Ik heb wel eens begrepen dat ‘je’ bij onze zuiderburen beleefder is dan ‘u’.

Hoe doen jullie dat bij telefonische interviews en bij correspondentie per e-mail?

Hoogachtend, met vriendelijke groet, ciao, tabé, aju,
Christine van Eerd
www.christinevaneerd.nl

Designerspijn

Deze week het gastlog van Robin:

Ik werk als freelancer in de grafische vormgeving en maak over het algemeen websites voor mensen. Nu loopt het niet heel erg storm op mijn kantoor (dat bestaat uit een bureautafel met een computer en een pc overigens) en heb ik ook nog niet zo heel veel opdrachten gehad. Dit vertel je natuurlijk niet te vaak aan je klanten-in-spé want anders denken ze dat je niet goed genoeg bent. Maar goed, ik dwaal af. Wat ik wilde vertellen is dat ik ooit een allereerste klant heb gehad. Een beeldend kunstenaar. Voor hem maakte ik 5 jaar geleden mijn debuutwebsite. Nu surfde ik gisteren naar die site verwachtende dat ik mijn (slecht ontworpen) startpagina daar zou vinden, maar niets bleek minder waar…

“This site is still under construction”

Ik moest even slikken, het werkje van een andere designer had zonder aankondiging het plekje van mijn eerste web-kindje ingenomen. Het hoort niet, ik weet het, dit zijn de dingen van het vak, maar tóch deed het een beetje pijn.

Misschien als het niet mijn eerste website was geweest, misschien als ze me even een seintje hadden gegeven van tevoren, misschien had het me dan niks gedaan. Of misschien is dit gewoon het gevoel dat elke designer heeft als hij voor het eerst meemaakt dat zijn design aan de kant wordt gezet voor een nieuwere, jongere, mooiere…

Nu moet ik zeggen dat mijn versie van die website er écht niet meer uit zag dus het is ook wel een beetje een opluchting, het zou niet erg goed voor mijn reputatie (want ik heb zo’n goeie) zijn geweest als hij erop was blijven staan, en ook niet voor die van de beeldende kunstenaar. Maar... op een vreemde manier kwam ik er toch achter dat die website een speciaal plekje had gekregen in mijn geesteswereld...snif.

Ik krijg die nieuwe designer nog wel...

Onafhankelijke tijdschriften

Vandaag het gastweblog van Petra Kruijt!

Twee weken geleden was ik in Luxemburg voor het internationale bladensymposium Colophon2009. Het enige wat ik ervan wist, was dat er veel bladenmakers zouden zijn. Mijn type mensen, dacht ik, en dus ging ik gewoon. Eenmaal in Luxemburg bleek dat het om een apart slag bladenmakers ging: onafhankelijke, vreselijk gepassioneerde mensen die leefden voor hun eigen blad. Of dat nu gaat over mode of over urban culture, ze geven er alles voor.
Door de hele stad heen waren exposities van tijdschriften die allemaal net dat tikje anders zijn. La Más Bella bijvoorbeeld, een Mexicaans tijdschrift dat onregelmatig verschijnt en er ook iedere keer anders uitziet. Of Karen, een Brits blad dat voornamelijk over het ‘gewone leven’ gaat. En wat te denken van Kasino A4, het melancholische en edgy blad van een groep jonge Finnen? Het lijkt niets bijzonders, maar al deze bladen – en vrijwel alle andere magazines die er tentoongesteld werden – hebben een behoorlijke cultstatus. Heb je ooit gehoord van een blad dat uitverkocht wordt? Nou, in Luxemburg wemelde het ervan.
Want niet alleen de makers, ook de lezers voelen zich verbonden met hun bladen. Geen verbintenis zoals bij Libelle, waar de abonnees bij blijven hangen omdat het hun gewoonte is. Nee, een verbintenis van ‘we rennen naar de winkel zodra de nieuwe editie er is’ en ‘we willen alles compleet hebben’. In de kleine tijdschriftenshop van Colophon verkochten zogeheten back issues minstens even goed als de nieuwste. Gezichten lichtten op bij het veroveren van een langgewenst exemplaar en harten klopten sneller bij het snuffelen en voelen aan het gebruikte papier.
Toch hebben ook onafhankelijke tijdschriften zo hun problemen. Daarom waren er lezingen en discussies over bijvoorbeeld distributie, advertenties (die lang niet alle bladen hebben) en de toekomst van papieren tijdschriften. Maar het belangrijkste wat ik me herinner, is en blijft de enorme toewijding en inspiratie die onafhankelijke magazines en hun makers uitstralen. Totaal onvergelijkbaar met de Sanoma-sfeer – die ik in zijn efficiëntie trouwens ook waardeer, maar sinds twee weken toch iets minder dan voorheen. En ik heb zowaar zin gekregen om deze tijdschriften gratis content aan te bieden (ze hebben vaak financieel weinig te bieden), simpelweg omdat hun passie op mij is overgeslagen.

Communiceren over techniek

Deze week het gastlog van Barbara Philipsen, detekstschrijver.nl

Hoe leer je nieuwe software te gebruiken? Vooral door te refereren aan software die je begrijpt. Dat referentiekader bouw je in de loop der tijd op. Pas als je langere tijd met een pakket werkt, kun je het je eigen maken. Gewoon maar aan de gang gaan ermee, niet bang zijn dat de computer zelf allerlei dingen gaat doen (dat kan namelijk niet), proberen en fouten maken en leren van je eigen fouten. Een paar tips vind je in dit artikel, de rest hou ik voor mezelf.

Tip 1: Blijf altijd feitelijk in je formulering.
Beschrijf alleen wat je kunt zien en wat zeker is. Doe geen aannames en vermijd subjectieve woorden.

Mijn werkende bestaan begon met het invoeren van vakantieadressen bij de Volkskrant. Op een enorme terminal zat ik achter elkaar routinematig data in te typen. Zonder typediploma maar met gezond verstand liet ik me uitleggen hoe ‘dat ding’ nou werkte. Dat ben ik met ieder elektronisch en digitaal apparaat blijven doen: goed kijken, veel vragen stellen, laten voordoen, opschrijven, uitproberen en het weer aan een ander uitleggen, zo heb ik me het ‘technisch schrijven’ eigen gemaakt.

Tip 2: Vrees niet om in herhalingen te vallen.
Door bepaalde uitleg met dezelfde formulering te herhalen kan de lezer (in ICT-land meestal ‘eindgebruiker’ genoemd) het uitgelegde makkelijk onthouden.

Gelukkig beschik ik over goed ruimtelijk en technisch inzicht. In mijn eerste baantjes was ik altijd degene die een nieuw lint in de typmachine zette, vastzittend papier uit het kopieerapparaat haalde zonder een schok te krijgen en loszittende draadjes weer vasmaakte.

Tip 3: Gebruik plaatjes, schema’s en screenshots.
Hoe beschrijf je het gebruik van een muizenval? Door plaatjes achter elkaar te zetten met de stappen hoe je het haakje onder het lipje duwt, met een kruis door de plaatjes waarop de vingers ertussen komen te zitten als de val voortijdig dichtklapt... Het referentiekader voor plaatjes is veel algemener dan woorden.

Veel communicatieprofessionals zijn vrouwen. Dit is net zo’n stereotypering als de uitspraak: “De meeste IT’ers zijn mannen.” Het gaat er niet om of de uitspraak waar is, maar wat het effect is van zo’n stellingname. Helaas vinden veel mannen (ook zij die twee linkerhanden hebben) dat vrouwen geen verstand van techniek hebben. En helaas zijn er veel vrouwen die dat geloven.
Ik heb ook geen verstand van techniek, maar ik kan het wel uitleggen. Het gaat ten slotte om wat je met die techniek doet, niet of je het zelf kunt bouwen.

Tip 4: Stel praktische vragen aan de deskundige terwijl je naast hem/haar zit.
Samen kijken naar hetzelfde scherm geeft je meteen hetzelfde referentiekader.

Ideeënman

Vandaag het gastweblog van Paul!

Ik kon er echt niet meer onderuit. Mijn blog zou deze week dan eindelijk het levenslicht zien. Maar ja: waar ga ik het over hebben? Ik had niet meteen een goed idee. Na een tijdje bedacht ik me: ‘hét idee’, dat moet het zijn. Want een leuk stukkie schrijven, dat kunnen er wel meer. Een eindredacteur is ook al snel tevreden met een ‘vlot geschreven’ verhaal waarin alle belangrijke vragen goed uit de verf komen. Maar iedere redactie staat wel te springen om leuke ideeën. Dat merkte ik deze week nog. Ik had tijdens de rustige carnavalsdagen wat mogelijke opdrachtgevers benaderd. Gewoon via de mail, ik ben niet voor niets mijn brood gaan verdienen met schrijven. Twee dagen later kwam er reactie. Of ik vier suggesties kon doen. Een freelancer moet volgens mij dus vooral een ideeënman of ideeënvrouw zijn. Maar wat zijn de vuistregels van een voorstel waarmee je de hijgende hoofdredacteur binnen no time aan de telefoon krijgt? Hou je vast, daar gaan we!
Een ‘goed idee’…:

  • Komt op het juiste moment: leuk, een reportage over evenement X, maar de deadline van het maandelijkse magazine ligt helaas op dezelfde dag. Tip: even het redactieschema opvragen!
  • Haakt in op een actueel thema: volgend jaar is het WK voetbal in Zuid-Afrika. Begin maar alvast met regionale invalshoeken… shoppen in Johannesburg, op bezoek bij de Afrikaanse wijnboer en ga zo maar door.
  • Bevat alvast suggesties over passend beeldmateriaal. Wat zullen ze blij zijn als je zegt dat je nog wel een goede, bevriende topfotograaf kunt vinden in Afrika.
  • Komt uit de regio. Leuk dat al die redacteuren in de Randstad achter hun bureau zitten. Maar daar vissen ze in dezelfde vijver. Jij komt ten minste nog eens ergens. Natuurlijk trap je niemand op zijn of haar teentjes. Je speelt het spel tactisch en tovert gewoon dat lekkere bandje te voorschijn dat vier maanden later in De Wereld Draait Door speelt.
  • Kun je snel aanpassen waardoor je er bij meerdere bladen mee terecht kunt.
  • Heeft al een pakkende werktitel.
  • Moet je doseren, niet alles meteen weggeven!

Wie vult aan? En hoe krijgen jullie inspiratie?

Hoe het hier is!?

Deze week het gastlog van Laura Slot

Het is nog maar zeven maanden geleden dat ik hier begon in New York City. Columbia University had me een kamertje toegewezen van zo’n tien vierkante meter met een bed en een paar oude houten meubeltjes. Ik vraag me nog steeds af hoeveel studenten die meubels voor mij gebruikt hebben. Vijftig? Driehonderd? Ik liep over Broadway in Manhattans Upper West Side met een opgerold vloerkleed, kleerhangers en een bedlampje in 32 graden celcius, alles voor het nieuwe begin.

Ik kon toen nog niet voorspellen wat de opleiding zou gaan inhouden. Een jaar journalisitiek aan Columbia University. Nu weet ik het wel, met nog maar twee maanden te gaan voor de diploma uitreiking. Die eerste dagen dat ik de trappen op liep naar het majesteuze gebouw wist ik, zo weet ik nu, heel erg weinig van de wereld.

In die zeven maanden heb ik op de straten van New York schizofrenen, veroordeelden, illegale immigranten, bejaarden, invalide veteranen, daklozen, burgemeesters en god-weet-wie-nog-meer geinterviewd. In de stromende regen, met een paraplu en een notitieboekje, of in de stekende zon, zwetend onder teveel kleding. Een plattegrond van Brooklyn, Queens, the Bronx, of waar ik dan ook was had ik altijd bij me.

De meeste interviews gebruikte ik vervolgens in artikelen die ik volkomen verprutste. Ik had nog nooit eerder een nieuwsartikel geschreven, dus hoe je dat aanpakt was onbekend terrein. Mijn docent, Elena, was geduldig, want ze zag dat ik er alles aan deed. Maar ondertussen bleven mijn schrijfsels terugkomen met elke week meer tekst in rode pen.

Af en toe dacht ik aan opgeven, maar op een gegeven moment raakte ik gewend aan de rode pen en nam ik het niet meer zo persoonlijk op. Ik las wat er stond en onthield de kritiek. Ik nam schrijfcoaches en andere extra trainingen. In december, halverwege de opleiding, kreeg ik een brief van Elena met haar evaluatie. Ik had het goed gedaan. Hoe je medestudenten het doen kom je nooit te weten, cijfers worden er niet gegeven, het is pass/fail.

Nu, in het midden van het tweede semester, is het nog steeds een kwestie van je hoofd boven water houden. Het herinnert mij aan een docent die de opleiding beschreef tijdens de oriëntatiedag: “Hier moet je zwemmen, en wij helpen je daarbij. Maar als je verzuipt dan sterf je.”

Soms heb je vier verschillende deadlines op een dag. Volgens mij doen ze dat expres hier op Columbia. Kijken wat er gebeurt met de studenten. Maar dat bootcamp-achtige maakt het ook wel weer interessant, natuurlijk. Daarom heb ik soms moeite met uitleggen hoe het hier is. Een beetje zoals in het leger, misschien. Het is zwaar, maar je doet wel wat.

De tweehonderd studenten in mijn opleiding komen uit dertig verschillende landen en kennen elkaar allemaal. We zitten allemaal in hetzelfde schuitje. Als we een keer onverwachts tijd hebben, delen we onze ervaringen zoals zoveel journalisten dat onderling doen: met een glaasje bier aan de bar.

Espressoapparaat versus geweten

Vandaag het gastlog van Sabina

Een persreis, een proeverij, een kookworkshop… als culinair journalist word ik door bedrijven soms behoorlijk getrakteerd. Kun je dan nog objectief verslag doen?

Ik pak mijn rugzak in, want ik ga op persreis. Veel meenemen hoeft eigenlijk niet en veel regelen is ook niet nodig. Want op persreizen wordt alles betaald: reis, verblijf, eten en tussendoortjes. Etentjes in bijzondere restaurants, overnachtingen in chique hotels en nog cadeautjes mee voor het thuisfront: allemaal bedoeld om ons als kritische journalisten gunstig te stemmen. Datzelfde geldt voor perspresentaties, persdiners en persworkshops. Een collega vertelde over een espressoapparaat van duizenden euro’s die ze na een presentatie meekreeg naar huis. Een andere collega is samen met haar moeder op een culinaire cruise geweest, waar een beroemde chef ieder ontbijt, lunch en diner voor ze op tafel toverde. Tijdens een wijnproeverij worden wijnjournalisten met een dikke knipoog ingeschonken uit een mooie dure fles.

Klinkt als omkoperij, en dat is het natuurlijk ook. Die mooie spullen en luxe reisjes worden geruild voor een artikel op de website, een vermelding in een shoppingrubriek of – in het ultieme geval – een mooie reportage in het tijdschrift.

Maar ik ga aan het werk als onafhankelijke, kritische journalist. Ik laat me niet in de luren leggen, wat denken ze wel! En ik werk met de feiten. In mijn artikel wordt niks mooier dan het in werkelijkheid is. Eerlijk vertel ik over de tropische stranden, de makkelijke magnetronmaaltijden en de voordelige rode wijn bij de supermarkt. En ik schrijf ook over de hagelbuien op de vakantiebestemming, het maagzuur na de kant-en-klaarmaaltijd, de kater na de flessen wijn uit de aanbieding. Wacht even: daar zit de hoofdredacteur niet altijd op te wachten. Want denk toch eens aan onze adverteerders? En de sponsors van ons evenement?

Hoe nu verder? Kan ik een eerlijk en kritisch artikel maken waar ik de lezers mee informeer en vermaak, de hoofdredacteur tevreden mee stel, en mijn eigen geweten niet belast? Of moet ik mijn schouders ophalen, de gratis reisjes en andere bonussen incasseren en vrolijke verhaaltjes schrijven? Ik kom er niet uit en ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat andere journalisten met dezelfde of vergelijkbare problemen worstelen. Hoe gaan jullie daar mee om?

Telefonisch interviewen

Deze week het gastlog van Rimke

Op pad gaan vind ik één van de leukste onderdelen van mijn werk, zelfs als ik daar twee of drie uren voor met de trein moet reizen. Lekker veel tijd om het interview nog even voor te bereiden, een krantje of tijdschrift te lezen (met soms ook nog een artikel van één van jullie erin) of de gesprekken van de andere treinreizigers af te luisteren. Bovendien heb ik het idee dat het het artikel ten goede komt als je de geïnterviewde tijdens het gesprek in de ogen kunt kijken, de omgeving kunt bestuderen en tijdens het opdrinken van je thee op de valreep nog even iets te horen krijgt dat ook interessant is voor je artikel.

Toch heb ik inmiddels ook de voordelen van een telefonisch interview boven een persoonlijk interview leren waarderen. Niet alleen scheelt het veel tijd, ook is het gemakkelijker in te plannen (‘Morgen om 10 uur zit ik in de auto, dan kun je me wel bellen’). Een aanbod om voor een interview van maximaal een halfuurtje vanuit Leeuwarden naar Enschede te gaan, heb ik dan ook maar afgeslagen. Toch blijft het lastig, want ik maak tijdens zo’n gesprek nogal veel aantekeningen en de geïnterviewde ziet door de telefoon natuurlijk niet dat ik nog niet uitgeschreven ben.

Hoe doen jullie dat? Hebben jullie ervaring met apparatuur om telefoongesprekken op te nemen? En waar ik ook wel benieuwd naar ben, breng je telefoonkosten net als reiskosten in rekening en welk tarief hanteer je daar dan voor? En natuurlijk: waar gaat jullie voorkeur naar uit, een telefonisch interview of een gesprek op locatie?

Freelancer zonder internet

Vandaag het gastweblog van Patricia de Ryck

Kan dat eigenlijk wel? Freelancen zonder internetverbinding? Helaas ben ik inmiddels ervaringsdeskundige en ik moet zeggen dat het erg lastig is. En waarschijnlijk - dat zullen we zien aan het eind van de maand - loop ik er ook heel wat inkomsten door mis.

Allereerst zal ik even uitleggen hoe het kan dat ik geen internet heb. Mijn vriend en ik hebben een nieuwbouwwoning gekocht waar we nu een maandje wonen. Al vanaf half december proberen wij een abonnement af te sluiten bij Ziggo. Ja, ik weet het Ziggo heeft heel wat problemen, maar KPN - waar onze buren voor kozen - werkte ook totaal niet mee. Dus dan probeer je het gewoon. En zo zitten wij nu nog steeds zonder internet, telefoon en hebben we officieel ook geen tv. De krant valt na een periode van veel bellen met de lezersservice eindelijk binnen, dus helemaal wereldvreemd ben ik nog niet.

Snel reageren op het nieuws zit er nu alleen niet meer in. Waar ik anders altijd on-line was en binnen vijf minuten een mailtje terugstuurde richting interviewkandidaat of opdrachtgever duurt dat nu allemaal wat langer. Ik probeer iedere dag even richting mijn schoonouders te gaan. Tijdelijk is het een ideale optie, maar ik mis gewoon dat directe lijntje. Even op Google wat informatie over een bedrijf zoeken waar ik heen moet voor een reportage, even hyves checken of er nog interessante blogs opduiken of sites als Villamedia.nl om te reageren op vacatures of opdrachten.

Al merk ik in deze periode ook dat bellen perfect werkt, zeker als ik vertel over mijn internetloze avontuur. Juist dan heeft een opdrachtgever echt een idee dat hij of zij iemand tegen over zich heeft die er echt helemaal voor gaat. Want met mijn enthousiasme is helemaal niets mis.

Ik kan inmiddels werken zonder internet, maar hoe zit dat met jullie?

Nooitmeervrijwilligerswerk.nl

Deze week het gastlog van Suzan Vermeulen - Kunstig communiceren

‘Nee hoor, ik ben niet voor mezelf begonnen. Ik heb eerst drie maanden sabbatical en dan zie ik wel.’

Zo begon mijn freelance carrière. Bang om te falen en geen klanten te krijgen, gaf ik mezelf drie maanden ‘vrij’. Om te spelen. In die drie maanden moest het me lukken om een goed klantenbestand op te bouwen. En dat werkte! Vanaf het eerste moment was ik actief en had ik talloze aanvragen. Er was echter één probleem: het was allemaal voor gratiesj.

Vrijwilligerswerk doe ik al zo lang ik het me kan heugen. Een website maken voor die ene arme stichting, PR doen voor mijn eigen vereniging, huisstijltje voor een kennis zus en een persbericht voor een kennis zo. Ik vond dat een kwestie van investeren en dat was het ook wel. Regelmatig kreeg ik vanuit die klussen-om-niet serieuze offerteaanvragen en die werden ook verzilverd. Maar het vrijwillige werk bleef zich aandienen en ik raakte in de knoop. Want de tijd die ik aan al die leuke, maar onbetaalde, opdrachten besteedde, moest ik eigenlijk steken in werk dat brood op de plank bracht. En er kwam een moment dat het vrijwillige werk mijn eigen workflow serieus in de weg ging zitten.

Dat was het moment dat er keuzes gemaakt moesten worden. Ik selecteerde één opdrachtgever die niets te besteden heeft, maar waar ik wel graag voor werk. Gewoon omdat het mij voldoening geeft. De rest stootte ik af. En ik moest het woord ‘nee’ gaan gebruiken. Vaak vroeg ik namelijk niet eens naar het budget, uit een raar soort gêne, maar dat zou ik veranderen. Bij elke aanvraag stuurde ik een officiële offerte. Nog bleef ik letten op de achtergrond van de opdrachtgevers en hield ik rekening met mijn uurtarief. In de culturele sector is er nou eenmaal veel minder geld te besteden dan in de gemeentelijke hoek. Opvallend was het aantal offertes dat níet werd omgezet in een klus. Mensen hoopten toch gebruik te kunnen maken van mijn teerhartigheid en waren zelfs een beetje verbolgen dat ik mezelf ging beschermen en zomaar een brutale offerte stuurde. Ze verwachtten zelfs dat ik na een beetje gezeur tóch voor nop aan de slag zou gaan. Dit soort aanvragen nam trouwens snel genoeg af, want ik bleef volhouden. Met moeite. Want het was weer een investering in contacten. Toch? En ik leerde er weer wat van. Toch? Ja. Leuk. Maar op een bepaald moment moet je stoppen met dat geneuzel. Mijn portfolio was goed gevuld en daar hoefde ik het niet meer voor te doen. Grow up. En zo geschiedde.

Ik blijf het echter moeilijk vinden. Een kleine organisatie in de cultuur heeft geen geld, maar wil wel van mijn diensten gebruik maken. Ik zal er een dag aan kwijt zijn en ik maak een nette offerte met een heel laag tarief. Maar eigenlijk weet ik op voorhand al dat ik de opdracht niet krijg. Moet ik dan nog verder omlaag gaan? Wat stelt zo’n dagje nou voor? Wil ik koste wat kost die opdracht? Of laat ik hem schieten? Ja. Ik laat hem schieten. Weliswaar met een knoop in mijn maag, want elk beetje is een beetje. Maar ik houd mijn poot stijf. Ik werk niet voor een ander, ik werk voor mij. En dat betekent dat ik me aan mijn eigen gestelde minimum uurtarief moet houden. Want als ik mezelf, als vrijwilliger of niet, niet serieus neem en op waarde kan schatten, hoe moet een opdrachtgever dat dan doen?

De colofonziekte

Deze week het gastlog van Zezunja (Maartje Luif) www.zezunja.nl

De colofonziekte is een vrouwenziekte. De colofonziekte is vergelijkbaar met de aftitelingsziekte en heeft als symptomen: het scannen van élk colofon op namen van bekenden. De aftitelingsziekte uit zich vooral in geobsedeerd goed opletten als de generiek door het beeld zwiert. En dan roepen: hee, die zit in de redactie. En die zit daar óók!
De colofonziekte komt ook voor bij mannen, maar heet dan meestal het colofonfeest. Mannen laven zich aan hun bekende vrienden, baden zich in het licht van de ander, liften mee op de verdiensten van de oud-klasgenoot en wentelen zich dan nog even in hun eergevoel.
Vrouwen roepen 'hee' en beginnen zich met spoed af te vragen of ze zelf wel genoeg hebben bereikt in het leven, hadden zij niet eigenlijk in die aftiteling moeten staan, had hún naam niet in dat bekende blad moeten prijken?
Laatst las ik iets over een onderzoek naar het effect van netwerksites als Facebook, Linkedin en Hyves op je zelfverzekerdheid. En verdomd, daar kwam de aap uit de mouw: voor mannen heeft het aantal vriendjes achter hun naam een weldadig effect. Jeuj, ik heb wel veertig vriendjes! Kijk mij nou! Joepie!
Terwijl bij de vrouwen gelijk het vergelijkingsmechanisme optreedt: ik heb veertig vriendjes, maar zij heeft er wel honderdtwintig...! Wat heeft zij dat ik niet heb? Wat is er mis met mij? Waarom heb ik zo weinig vriendjes?
En als deze sfeerbedervende eigenschap al optreedt bij zoiets onbenulligs als nepvriendjes op 't internet, dan wil ik niet weten hoezeer wij mediawerksters onszelf tergen met onze colofonziekte.
Soms zou ik willen dat ik gewoon melkboer was. Misschien verscheen er dan eens een andere melkboer op tv en dan zou ik, zoals het een fatsoenlijke vrouw betaamt, gelijk weer gaan meten en vergelijken. Maar ik zou me soms ook dagenlang de beste en belangrijkste melkboer ter wereld kunnen wanen. Als journalist word je voortdurend geconfronteerd met elkaars bereik, prestaties en naamsbekendheid. Voor de niet-melkboerinnen onder ons zit er dus maar één ding op: behalve journalist ook mán worden. En ons vervolgens als chauvinistische varkens wentelen in de saus die status heet.

Mijn tokootje

Deze week het gastlog van Journalinda (Linda van der Klooster)

Mijn vroegere buurvrouw had het altijd over haar ‘tokootje’ als ze haar freelance werkzaamheden als naaister bedoelde. Ik vond het nogal laatdunkend klinken. Alsof ze haar zaak, hoe klein ook, niet serieus nam. Het was voor haar een hobby, voor het geld hoefde ze het niet te doen, maar wat ze in elkaar zette waren kunstwerkjes van textiel. Ze maakte zelfs bruidsjaponnen. Toch bleef haar zaak naamloos. Ze had niet eens visitekaartjes en moest het hebben van de tevreden klanten die nieuwe klanten binnenbrachten.

Ik werkte in vast dienstverband. Geen journalistieke baan, zoals eerdere werkplekken wel waren geweest, maar het inkomen was regelmatig, de collega’s waren aardig en de werkzaamheden waren net afwisselend genoeg. En ik hoefde geen acquisitie te plegen. De gedachte alleen al dat ik een potentiële opdrachtgever zou bellen om reclame voor mezelf te maken gaf me hartkloppingen.

Ik geloofde niet genoeg in mijn kunnen om vakmensen lastig te durven vallen met mijn broddelwerkjes. Het feit dat ik geen journalistiek had gestudeerd maakte mijn minderwaardigheidscomplex alleen nog maar gigantischer. Hoe graag ik ook journalist wilde zijn, freelancen zat niet in mijn systeem. De banen in de journalistiek liggen echter niet echt voor het opscheppen, zeker niet als je niet het juiste diploma hebt. Ik besloot, met alle steun van mijn man, op mijn dertigste terug naar school te gaan.

Op de dag dat ik mijn diploma uitgereikt kreeg, startte ik mijn freelance praktijk. Ik had geen keus. Ook voor afgestuurde journalisten liggen de banen niet voor het opscheppen, zeker niet als ze inmiddels moeder zijn en parttime willen werken. Mijn man hield me voor dat het niet uitmaakte hoeveel ik ging verdienen. Zijn inkomen was genoeg voor drie en alles dat ik extra binnenbracht was mooi meegenomen. Een luxepositie. Dat hielp. Ik vroeg een BTW-nummer en een VAR-verklaring aan en begon met het ontwerpen van mijn huisstijl, website en visitekaartjes. Dat zou het misschien makkelijker maken mezelf te verkopen.

Ik kreeg er zowaar lol in. Ken je die filmscènes waarin de hoofdpersoon, na de nodige ellende, eindelijk het licht ziet en begint met het opbouwen van iets, onder de uptempo klanken van de soundtrack? Zo moet ik er ook hebben uitgezien, alleen iets minder goed uitgelicht. Ik richtte op zolder een kantoortje in. Mijn diploma lijstte ik in en hing ik boven mijn bureau, net als een magneetbord met daarop mijn trofeeën als journalist. Als ik, op zoek naar inspiratie, van mijn computerscherm omhoog keek, zag ik ze meteen.

Met een vers gevoel van eigenwaarde bedacht ik onderwerpen. Mailde die naar de bijpassende media. Durfde zelfs te bellen of ze iets met mijn ideeën konden. En kreeg soms zowaar een heuse opdracht. Afgewezen of genegeerd worden voelde pijnlijk, maar het groeiende aantal opdrachtgevers dat me serieus nam was daarvoor een adequaat medicijn.

Zelfs het zoeken naar de juiste manieren om te factureren en de administratie bij te houden voelde als winkeltje spelen. Ineens begreep ik mijn oude buurvrouw. Haar benaming ‘tokootje’ was niet negatief bedoeld. Ze hield van haar zaak. Zo veel zelfs, dat ze er een koosnaampje voor bedacht had.

Inmiddels heb ik al jaren niet meer gesolliciteerd op vaste banen. Ik zou gek zijn om de vrijheid en de afwisseling op te geven voor saaie regelmaat. En ik zou mijn prachtige kantoor op zolder, mijn tokootje, vreselijk missen.

Gastlog

Augustus vorig jaar startten we met het plaatsen van gastlogs op vrijdag. Een groot succes! Vele interessante logs passeerden de revue en wat wij vooral ook zo leuk vinden is dat er veel gereageerd wordt op de gastlogs. Daarnaast komt het regelmatig voor dat vanuit een gastlog weer een nieuwe log ontstaat. Actie - reactie! Wij zouden het dan ook super vinden om vrijdag gastlogdag te laten blijven, maar dat kan alleen maar als zich ook gastschrijvers blijven aanmelden! Daarom dit logje, want voor vandaag hebben we nog geen gastlogschrijver gevonden. Overigens zijn lezers met inspiratie die al een keer een gastlog hebben geschreven van harte uitgenodigd om nogmaals een vrijdag voor hun rekening te nemen!

Wil je een gastlog schrijven? Reageer dan op dit log!

Ik ‘ben’ veel!

Vandaag het gastweblog van Suzan Vermeulen

‘Leuk dat je reageerde op het weblog van 2 freelancers. Ik heb even je website bekeken en was verrast door jouw brede ervaring, geweldig!’

Met deze enthousiaste reactie werd ik, na een aantal weken gelurkt* te hebben, het wereldje van 2freelancers.web-log.nl ingetrokken. Een enthousiaste reactie van Margriet op mijn brede ervaring is een leuke tegenhanger voor de iets minder enthousiaste uitlating van een vakgenoot gisteren: ‘Jij doet te veel, dus kun je nooit iets helemaal goed doen.’ En die uitspraak heeft me de hele nacht wakker gehouden.

Want ik doe veel. Dat klopt. Als iemand aan me vraagt wat ik ‘ben’, weet ik nooit waar ik moet beginnen. Ben ik communicatieadviseur? Fotograaf? Tekstschrijver? Actrice? Zakelijk leider van een theatergezelschap? In principe ben ik het allemaal. Sinds een jaar werk ik namelijk freelance en kan ik elke klus die mij aanspreekt aangrijpen. Van een artikel voor de plaatselijke zondagskrant tot een bijlage bij de Telegraaf. Een subsidieaanvraag voor mijn gezelschap tot een citymarketing-plan voor mijn gemeentelijke opdrachtgevers. Van een fotoreportage tot het spelen in een commercial. Één groot feest, maar ook een probleem, want mijn opdrachtgevers raken soms de kluts een beetje kwijt.

Al met al moet ik terug naar de kern. Ooit begon ik met een studie. Vormgeving en Communicatie. Damn. Daar heb je het al. Daar ging het dus al ‘mis’. Niet HEAO Communicatie, nee… meteen Vormgeving erbij. Lekker handig. De opleiding was wel zo generalistisch, dat je zelf duidelijk een eigen weg moest kiezen. En dat deed ik. Marketing/communicatie was het helemaal voor mij. Toch?
Gedurende de afgelopen jaren zwalkte ik echter steeds heen en weer. Van de creatieve, uitvoerende kant naar de adviserende hoek en weer terug. Mijn passie voor theater maakte het allemaal nog complexer, toen ik besloot ook nog een theateropleiding te gaan doen.

Na zeven werkgevers in ruim elf jaar trok ik het niet meer. Ik kan niet kiezen. Ik wil niet alleen advies of alleen uitvoering. Ik wil niet alleen zakelijk, maar ook creatief. Ik wil niet alleen communicatie, maar ook tekst en foto’s. Ik wil niet alleen organiseren, maar ook zelf af en toe spelen. Gelukkig gloorde er licht aan de horizon: ik ging freelancen.

En vanaf dat moment ‘ben’ ik alles. Ik ben datgene wat ik mij die dag voel. Ik neem het werk aan dat me op dat moment leuk lijkt, al zou het een week lang afwassen zijn. Als ik daar gelukkig van word, is daar niets mis mee. Want ik heb gedurende mijn zoektocht van de afgelopen jaren één heel belangrijke les geleerd: je bent goed in datgene waar je passie voor hebt. En laat ik nou een enorme dosis passie bezitten. Mijn opdrachtgevers raken de kluts helemaal niet kwijt, want het is aan mij en mijn passie om hen op het rechte pad te houden. En zo lang ik zelf het overzicht maar houd, maakt het geen **** uit wat ik precies ‘ben’.

* Meelezen zonder te reageren

Achter de schermen bij Libelle

Vandaag het gastweblog van Petra Kruijt

Ik heb van september tot en met november 2007 stage gelopen op de redactie van Libelle. Wat meteen opvalt, is hoeveel mensen daar werken. Hoe groter het blad, hoe groter de redactie, lijkt het wel. Reportage, beauty, toerisme, reizen, culinair, wonen, tekst, eind, vormgeving, overal zijn mensen voor.
Een collega-stagiaire, Maike, zat op de reportageredactie: "Hoeveel artikelen ik maakte, verschilde per week. Ik heb twee of drie grotere producties gemaakt en daarbij een hoop kleinere rubrieksteksten zoals Libelle Helpt, maar ook korte stukjes zoals een filmtip. Ideeën staan al ruim van tevoren vast. Er wordt een brainstormdag georganiseerd en dan worden een hoop ideeën bedacht. Daarnaast mogen redactieleden ideeën aanleveren."
De reportageredactie zelf doet veel, maar ze zijn ook met veel. Hun stukken worden altijd door de chef reportage gelezen en met commentaar teruggegeven. Libelle is hierin streng, ook op freelancers. Er zijn heus freelancers die hun werk terugkrijgen met de mededeling dat het simpelweg niet goed genoeg is. De lat ligt hoog. Op de redactie zelf kun je nog wel wat fout doen zonder daarvoor direct te boeten, vooral als stagiair. Maar als freelancer moet je gewoon goed zijn. En als je dat bent, dan kun je rekenen op een compliment - en dat je vaker gevraagd wordt.
Opent het noemen van de naam Libelle deuren? Maike: "Ja. Er wordt zeker meer moeite voor je gedaan. Dat wil trouwens niet zeggen dat iedereen altijd meewerkt. Niet iedereen heeft zin of tijd." Als een artikel goed genoeg is bevonden voor in het blad, gaat het naar de tekstredactie. Het is misschien leuk om te vertellen wat er dan gebeurt, want dan is het uit handen van de auteur - en dat kan jij zijn. De tekstredacteur leest een tekst en vraagt zich af: weet ik nu genoeg? Zo nee: wat mis ik? Het kan gebeuren dat de journalist op dit punt het stuk nog eens terugkrijgt, of gemaild wordt om het aan te vullen. Vooral freelance stylistes krijgen nogal eens vragen over bijvoorbeeld ontbrekende productinformatie. Maar de tekstredacteur kan er ook voor kiezen de tekst zelf aan te vullen. Daarnaast maakt de tekstredacteur introsuggesties en kopsuggesties, waaruit de chef tekst vervolgens kiest. Het kan dus zomaar gebeuren dat je je stuk gewijzigd (nooit al te rigoureus) terugziet in het blad.
Wat ik ook nog leuk vind om te vermelden, is dat de redactie van Libelle net als iedereen opkijkt naar andere bladenmakers en elke week onzeker is over het product dat ze maakt. Niemand is perfect!

Onzekere maar verliefde vlinders

Deze week het gastweblog van Hieke.

Verliefd worden doe ik al sinds mijn veertiende, maar verliefd worden op een stad? Toen ik nog een Barcelona-leek was, wist ik niet eens dat dat kon.

Het is een passage uit mijn artikel dat deze week in de Viva staat. Een jaar geleden, toen ik begon als freelance journaliste in mijn geliefde stad, had ik me een dergelijke publicatie in een veelgelezen Sanomablad niet kunnen voorstellen. Sterker nog: ik wist niet eens meer of ik nog wel kón schrijven. Na het afronden van mijn studie journalistiek en een eerste baantje bij een vrouwenblad -en een onvergetelijke reis naar Zuid-Amerika, vertrok ik als een van de vele Nederlandse gelukszoekers naar Spanje. Mijn toekomstige  fiesta-siesta land, dacht ik. Nou, vergeet het maar, want ik had nog geen hap van mijn Spaanse tapas genomen of mijn zoektocht naar een geschikte baan liep vast. Ondertussen schminkte ik mezelf als clown om voor een lachwekkend laag maandloon te dansen in de kinderdisco, een van mijn avondactiviteiten als hotelentertainer. Ook waste ik drie weken lang de glazen bij een visrestaurant in de haven van Barcelona. Uiteindelijke belandde ik in een callcenter, waar ik verkooptelefoontjes pleegde naar Nederland. Het land waar ik nu juist uit vertrokken was.  Genoeg, dacht ik. Ik nam ontslag, trok mijn laptop op schoot en begon als een gek alle tijdschriften en kranten in Nederland te mailen. In de eerste maanden vlogen er dagelijks zo´n dertig kennismakingsmailtjes met uiteenlopende artikelideeën de deur uit naar media gevonden op missmag.nl. De eerste keer dat iemand `ja` zei was het groot feest en danste ik van blijdschap een rondje door de kamer. Nerveus en onzeker verzond ik mijn eerste artikel naar een tijdschrift, die het daadwerkelijk plaatste.

Inmiddels zijn we één jaar en heel wat opdrachten verder. Nog steeds denk ik: ach beginnersgeluk dat ik nog steeds elke maand mijn huur kan betalen. En dan zie ik mezelf alweer die glazen wassen in de haven. Op andere dagen zie ik het zonniger in en plan ik een mediareis naar een onbekend deel in Spanje, iets wat me in het geval van Granada is gelukt. Soms vind ik het jammer dat ik zo ver weg ben van mijn opdrachtgevers en mijn Nederlandse collega`s, van wie ik nog veel kan leren. Maar als de zomer in april alweer begint, mijn Spaanse vriend Raúl me met zijn donkere ogen lief aankijkt en ik zelf de lekkerste tortilla bak dan verdwijnt al die onzekerheid als een Nederlandse ijspegel voor de Spaanse zon.

Angst

Vandaag het gastweblog van Cécile

Als freelance journalist/tekstschrijver kom je op de meest bijzondere plekken natuurlijk. Bij een bekende Nederlander thuis, als eerste in een gloednieuw theater, noem maar op. Maar er zijn ook minder leuke plekken waar je de interviews houdt en dan heb ik het niet over het Heemsteedse Hospice in aanbouw waar ik letterlijk en figuurlijk koud kreeg of tijdens dodenherdenking. Eens sprak ik af met een oudere man die de Haarlemse gemeente bevocht omdat hij vond dat er te veel oude memorabele gebouwen met de grond gelijk werden gemaakt. Het zou een achtergrondartikel worden waarin niet alleen hij, maar ook de projectontwikkelaar en de overheid aan het woord zouden komen. De man gooide dus alles in de strijd om mij voor zich te winnen... en daar had ik niet op gerekend. Op een donkere winteravond parkeerde ik de auto op zijn oprit van zijn vrijstaande kapitale pand en werd hartelijk ontvangen. Maar al snel (vrouwelijke intuïtie) merkte ik dat we niet alleen samen waren, maar dat deze man ook helemaal geen partner had. Hij zorgde voor zijn moeder die in het even kolossale huis naast hem woonde. Ik had gelijk de bibbers maar vermande me natuurlijk want waren mijn bibbers wel gegrond? Hoe vaak had ik me niet op mijn gemak gevoeld omdat het interview niet liep, omdat de meegebrachte baby, die anders altijd zo lief was, opeens haar dag niet had of om welke reden dan ook, maar dit was heel anders. Met iedere minuut dat het later werd, verslapte mijn werkhouding maar versterkte mijn angst. En zo'n man die helemaal bevlogen is van zijn eigen gelijk kan je uren aan de praat houden. Gelukkig was mijn angst ongegrond en zat ik enkele uren later weer veilig in mijn auto. Het heeft mij wel wakker geschud: ik stel het nu voor als daten met een onbekende. Mobiel mee en je (zakelijke) partner even op de hoogte stellen van je bezoekadres.

Horizon

Vandaag het gastweblog van Susanne

Ooit, ooit had ik een plan.
Werkzaam in de sales bij een grote farmaceut besluit ik dat het tijd is ons personeelsblad een beetje op te peppen. Het iets op te leuken, te verluchtigen met een niet wetenschappelijke bijdrage. Een column moet het worden, op een vaste, in het oog springende plek. Dat is het voorstel dat ik doe aan de hoofdredacteur en die aanvaardt het direct met enthousiasme. “Goed idee! Doen we!”, roept ze vol vertrouwen uit. “In het aanstaande nummer kan nog een aankondiging mee en dan is vanaf het volgende magazine de achterkant van jou.” Heb ik mijn idee zojuist gewoon goed zitten verkopen of denkt ze echt dat ik het kan? De twijfel die toeslaat gaat vergezeld met ingehouden opwinding, want ik besef… er is nu geen weg meer terug. Wie A zegt moet B schrijven, in dit geval.
Het zomernummer van 2004 publiceert die eerste serie van ruim 500 woorden.
Met trots zie ik het afgedrukt staan maar echt glunderen durf ik pas als collega’s me spontaan erover aanschieten: “Vooral dóórgaan!”.
De 4 jaar geleden ingeslagen weg heeft tot op heden goed uitgepakt en wat ik mezelf tot doel had gesteld, heb ik inmiddels bereikt. Dus sta ik nu stil en scan de horizon. Op zoek naar een weg die mij verder al schrijvend voldoening, geluk en misschien wat extra euro’s kan opleveren. Op zoek naar iets dat menig lezer hiervan allang gevonden heeft.

In balans

Deze week het gastblog van Ingeborg

Vorige week vroeg Linda zich hier af hoe ze ooit weer kon werken, nu ze een kind heeft. Ze zag nu al tegen het wegbrengen op. Erg herkenbaar. Ik zat tijdens mijn eerste werkdag (toen werkte ik nog voor een baas) na het brengen van mijn drie maanden oude baby huilend in de auto en vroeg me af of dit ooit zou wennen. En hoe onwaarschijnlijk ook: het went wel. Al blijft een licht zeurend schuldgevoel. Schijnt bij het moederschap te horen.

Na de geboorte van mijn tweede kind besloot ik ontslag te nemen om te gaan freelancen. Dan kon ik thuis werken en hoefde daardoor minder opvang te regelen, kon mijn dochter zelf naar school brengen en zelf bepalen hoeveel en wanneer ik ging werken. Dat was het idee. Dat liep toch even wat anders. Werken met kinderen thuis gaat niet. Bij mij in ieder geval niet. Telefonische interviews liepen regelmatig uit op een ramp: één kind die me van de bureaustoel probeert te trekken, terwijl de ander keihard gaat gillen dat ze nu naar de wc moet. Dat een dergelijke actie je professionele imago geen goed doet, hoef ik waarschijnlijk niet uit te leggen. Ook alle dagen mijn dochter naar school brengen en een paar uurtjes later weer te halen, viel mij tegen. Zat ik lekker in een tekst, had ik eigenlijk al op het schoolplein moeten staan. Uiteindelijk heb ik de opvang langzaamaan opgeschroefd: twee volle dagen kan ik nu besteden aan interviews, researchen en schrijven. Maar soms overkomt je waar de meeste werkende moeders bang voor zijn: een ziek kind op je werkdag. Ik had het begin deze week: een te strakke deadline en een juf die ’s ochtends negen uur belde of ik mijn dochter wilde ophalen. Ze had over haar kleren heen gespuugd en voelde zich lang niet fit. Als moeder wilde ik haar de hele dag lekker vertroetelen en verzorgen, maar tegelijkertijd vroeg ik me af hoe ik de deadline moest halen. Uiteindelijk de hele dag heen en weer gerend met teiltjes en natte washandjes en met de laptop op de keukentafel toch mijn deadline gehaald. Ik heb me nu voorgenomen geen opdrachten aan te nemen waar ik eigenlijk geen tijd voor heb en geen werk tot de laatste nipper uit te stellen. Ook wil ik meer balans tussen werk en privé, nu werk ik op de overige dagen vaak nog tussendoor. Zijn de kinderen mooi aan het spelen, sluip ik snel naar mijn werkkamer om nog even wat te doen. Doen andere freelancende moeders dit ook? En hoeveel dagen werken ze en hoe zorgen ze voor een goede balans tussen werk en privé?

Startersdag

Deze week het gastblog van Margot

Zoals het een goede starter betaamt, ben ik naar de Startersdag van de Kamer van Koophandel gegaan. En met mij vele anderen trouwens, want kredietcrisis of niet, ondernemen is hot. Het aantal nieuwe ondernemers schijnt weer hoger te zijn dan vorig jaar en boven de 100.000 uit te komen.

Terwijl ik de trappen van het WTC in Rotterdam opliep, voelde ik me wel erg stoer als nieuwe ondernemer. Eindelijk geen radertje meer in een groot bedrijf, maar mijn eigen bedrijf, wat ik precies zo kan gaan inrichten als ik dat wil!

Ik was erg benieuwd wat ik van de Startersdag kon verwachten. Er waren een aantal lezingen die ik graag wilde bijwonen, zoals ‘hoe zet ik een administratie op’ en ‘verzekeringen voor freelancers’. En ik wilde op zoek naar een accountant.

Meteen bij binnenkomst werd ik aangesproken door de standhouder van één of ander IT-bedrijf. Hij probeerde uit te leggen wat hij voor mij kon betekenen. Dat is hem helaas niet gelukt. Blijft lastig zo’n IT product verkopen. Toen hij hoorde dat ik freelance journalist/tekstschrijver was, werd hij enthousiast. ,,Dan heb ik een privévraag voor je!” riep hij. Ik voelde me al rood aanlopen, want wat moest ik me daar nu weer bij voorstellen? Het bleek gelukkig niets genants. Hij bleek iemand te zoeken die zijn nieuwsbrief kon maken. Natuurlijk kan ik dat! Ik werd er helemaal blij van. Nog geen minuut op de beurs en ik had al een nieuwe opdracht! Vervelend was vervolgens wel dat ik nog geen visitekaartje had en hem dus een oude van mijn vorige baan moest overhandigen. Lekker knullig met pen mijn emailadres erop gekrabbeld, mobiele nummer doorgekrast en ‘nee, ik heb nog geen mobiele telefoon, ik heb de oude net bij mijn werkgever ingeleverd’. Dat grapje herhaalde zich die dag nog een keer. Nou ja, hoe duidelijk kun je een starter zijn?

Ik heb die dag een hoop opgestoken en mijn netwerk ook aardig uitgebreid. Volgende keer zijn mijn visitekaartjes gelukkig klaar en kan ik daar kwistig mee gaan strooien. Want het is zeker waar dat je nooit weet waar je volgende opdracht vandaan komt, dat blijkt maar weer.

Facts of fictie?

Deze week het gastblog van Sabina:

Toen Shirley me mailde met de vraag of ik de gastblog van deze week wilde tikken, had ik direct verschillende onderwerpen in mijn hoofd. Zo dacht ik terug aan mijn reactie op de blog Subject van Margriet. Hierin vroeg ik me af of er lezers zijn die baat hebben bij het lidmaatschap van journalistieke netwerken of andere mediaclubs. Maar daar wil ik het nu niet over hebben. Vervolgens bedacht ik dat ik ook best zou willen weten hoe jullie de wat commerciëlere opdrachten binnenhalen. Of je daarbij bijvoorbeeld een compleet andere benadering hanteert dan bij het werven van onafhankelijke journalistieke opdrachten. Maar ook dat bewaar ik liever voor een andere keer.

Ik ben nu namelijk vooral benieuwd of er lezers zijn die naast hun werk als journalist of (zakelijk) tekstschrijver literaire aspiraties hebben? Ik wilde bijvoorbeeld altijd graag iets helemaal zelf verzinnen, zonder afhankelijk te zijn van ’de waan van de dag’ of de grillen van opdrachtgevers. Dus las ik allerlei boeken over creatief schrijven; Stephen Kings ’Over leven en schrijven’ pakte ik keer op keer op, en Nathalie Goldbergs ’Zen en de kunst van creatief schrijven’, om maar wat voorbeelden te noemen. Maar als ik speciaal ging zitten om fictie te produceren, kwam er niet veel zinnigs uit. Ik blokkeerde en zag als een berg op tegen ’het grote boek’ dat er nu echt eens uitgeperst moest worden.

Die al te serieuze benadering om ’echte’ literatuur te maken, werkte verlammend. Dus gaf ik zulke schrijfpogingen telkens weer op, al bleef het verlangen om met fictie te experimenteren kriebelen. Afgelopen zomer, tijdens de komkommertijd, probeerde ik het weer; en er verscheen zowaar iets op mijn scherm. Alleen was het helemaal geen boek maar een gedicht. Ik schreef vroeger al kleine gedichten op papier, maar die belandden vervolgens in een la of vaker nog, in de prullenbak. Na dit zomergedicht echter, volgden er vanzelf meer omdat ik er lol in kreeg. Ik ging ze verbeteren en bewaren. Inmiddels zijn er twee gepubliceerd. Lezers, hebben jullie zelf ambities in die richting en schuilt in jullie hart ook een dichter, thrillerschrijver of kinderboekenauteur, of houden jullie je liever bij de feiten?

 

Artikel'ogen'

Deze week het gastblog van Denise:

Mij kun je maar beter niets sappigs over jezelf vertellen. Of over iemand die je kent. Want dan vraag ik gelijk of ik er een artikel over mag schrijven. Tijdens zulke gesprekken schijn ik heel gretig en onbeleefd ver door te vragen. Mijn vrienden weten dat inmiddels wel. Je ziet ze denken: vindt ze dit nou echt zo boeiend of zit ze met haar gedachten alweer bij de vraag in welk tijdschrift dit verhaal zou passen? Mijn zus kent me zelfs zo goed dat ze het voordat ik mijn eerste vraag stel al in mijn ogen kan zien. Dan zet ik volgens haar mijn artikel’ogen’ op. Een vriendin meldt voordat ze iets gaat vertellen regelmatig dat ze hiermee ‘niet in een tijdschrift wil’. Dat ik het maar alvast even weet.

Ik geef toe dat het onderscheid zoek is. Ik zou niet meer weten wat me alleen maar beroepsmatig interesseert en wat me los daarvan ook nog écht interesseert. Bij alle bijzondere dingen die mensen me vertellen, denk ik gelijk aan een originele insteek, een mooie titel en pakkende quotes. Het is heus niet altijd zo dat iets me vroeger niet geïnteresseerd zou hebben. Maar soms is dat dus wel zo.

Natuurlijk is het voor de mensen om me heen niet leuk om te ontdekken dat mijn bovenmatige interesse vooral voortkomt uit de mogelijkheid om een artikel te kunnen schrijven. Maar voor mij is het ook niet altijd even gemakkelijk. Heeft net iemand haar hart gelucht over haar vriendin die een hartstilstand heeft gekregen, moet ik vragen of ik haar mag mailen. Is me verteld dat een buurvrouw – zwanger van een tweeling – is verlaten door haar man, moet ik erop af. Bekent een kennis ineens tijdens een praatje op straat dat haar oudste zoon is ontspoord, is het aan mij om gelijk te vragen of ik erover mag schrijven. 

Ik geef het je te doen.

Persoonlijk archief

Deze week het gastblog van Willem Bosma:

Soms duik ik gewoon de kast in en trek ik een van de vele dossiermappen of schoenendozen open. Zittend op de grond, een stapel papieren op schoot, verzonken in voorbije tijden. Omringd door stilte het liefst. Vroeger deed ik dat met de boekhouding van mijn ouders, waar ik destijds natuurlijk niets van begreep. De meeste keren ging ik regelrecht naar dat ene blauwe plastic koffertje waar foto's, tegeltjes met handafdrukken van kleine kinderhandjes, felicitatiekaartjes en andere herinneringen aan mijn jeugdjaren in zaten.
Er is wat dat betreft helemaal niets veranderd. Nog steeds vind je mij af en toe tussen de stoffige spullen op zolder. Het blauwe koffertje is bij mijn ouders blijven staan. Tegenwoordig zijn het vooral verkleurde krantenknipsels en oude tijdschriften die het daglicht weer zien. Mappen vol artikelen met op de achterkant keurig het medium en de datum waarop het werd gepubliceerd. Sommige stukken komen uit de tijd dat ik nog op de basisschool zat en samen met enkele klasgenoten besloot een blad op te richten. Een wekelijks A4'tje dat we Het Woensdagblad noemden, met nieuws van het schoolplein en verslagen van dorpse beslommeringen. De stroom schrijfsels is sindsdien niet meer opgedroogd. Dat bewijst wel de ruimte die mijn persoonlijke archief inneemt. Er kan nog veel meer bij, maar nu al ben ik trots op wat ik heb liggen. In het verleden verklaarden verschillende mensen me voor gek. Wie bewaart nou alles wat 'ie schrijft?
De verklaring is simpel: ik kan het niet over m'n hart verkrijgen iets weg te gooien. Het zou als een zonde voelen. Ik hoef bovendien maar één ding met het oud papier mee te geven en de verzamelwoede van de afgelopen jaren is allemaal voor niets geweest. Nee, ik sta vierkant achter het idee dat schrijvers en journalisten een persoonlijk archief horen te hebben. De woorden vragen erom.

Bedrijfsrisico?

Deze week de gastblog van Laura

Helaas, de zoekopdracht naar interviewkandidaten voor mijn esta-artikel is niet gelukt. Erg jammer, want de chef-redactie wilde het artikel graag hebben en gaf me daarom ruim de tijd om op zoek te gaan. Het lukte haar overigens ook niet om mensen over te halen om met hun verhaal op de foto te gaan, wat mij weer een beetje oplucht. Ik baal niet eens zozeer van de verloren tijd en de gemiste inkomsten: als je een idee in je hoofd hebt voor een goed artikel dan is dat voor mij het meest frustrerend als dat uiteindelijk niet tot een verhaal leidt.

Maar als ik mijn situatie vergelijk met die van een bureauredacteur, dan is deze toch beter af. Aan het eind van de maand staat het salaris op de bankrekening, ook als een researchpoging op niets is uitgelopen. Toevallig heb ik nu een hele lastige zoekopdracht gekregen van een andere opdrachtgever. Het is niet eens duidelijk of er een verhaal in zit, dus het is voor zowel het blad als voor mij nogal een gok. Mijn onkosten (uurtarief, reiskosten) mag ik daarom declareren. Vandaar dat ik mij afvroeg waarom dit niet eigenlijk altijd vanzelfsprekend is als een zoekopdracht dermate lastig is en er veel tijd mee gemoeid is dat een freelance journalist de onkosten kan declareren? (dus in het geval het nergens toe leidt). Of zijn er freelancers die dit ook daadwerkelijk doen? Zelf beschouw ik het als een 'bedrijfsrisico'. Ik ga er vanuit dat het altijd mogelijk is om geschikte bronnen te vinden en als dat niet het geval is, ik nog beter mijn best moet doen. Of zouden freelancers het zichzelf (financieel) minder lastig moeten maken en hun belangen in het oog moeten houden?

Zeg nooit 'nooit'

Deze week de gastblog van Rimke:

Vorige week ging het hier naar aanleiding van het ‘wilde plan’ van Margriet over de kranten en tijdschriften waar je graag voor zou willen schrijven. Nou zijn er daarnaast vast ook wel kranten en tijdschriften waar je juist niet voor zou willen schrijven. Zoals Margriet toen ze begon als freelancer riep dat ze ooit in de LINDA. wilde staan, zei ik altijd dat ik nooooooooit voor De Telegraaf zou schrijven omdat ik dat maar een ‘sensatiekrant’ vond.

Totdat er in mijn mailbox een oproep verscheen voor freelancers die een paar artikelen wilden schrijven voor een bijlage van een landelijke krant over kind en gezondheid. Aangezien ik net voor een regionale krant een artikel had geschreven voor een soortgelijke bijlage, stuurde ik meteen een enthousiaste reactie. Ik werd uitgekozen om twee artikelen te schrijven en de landelijke krant bleek De Telegraaf te zijn. Ineens was ik toch wel trots dat mijn artikelen in zo’n grote krant gepubliceerd zouden worden en dat zoveel mensen ze zouden kunnen lezen. Natuurlijk werd ik er daarna nog even fijntjes aan herinnerd dat ik toch nooit voor De Telegraaf zou gaan schrijven.

Hoewel er nog steeds wel media zijn waar ik mezelf nog niet zo snel voor zie werken, sluit ik op voorhand nog maar even niets uit, zeker niet hardop. Je weet immers maar nooit wat er op je pad komt. Nou ben ik wel benieuwd of jullie wel eens iets soortgelijks hebben meegemaakt en of er kranten en/of tijdschriften zijn waar je nooit voor zou willen schrijven.

Voorval

Deze week de gastlog van Arijanne.

Als tekstschrijver kom je overal en bij iedereen. Zo maak ik samen met een collega-tekstschrijver een nieuwsbrief voor een ondernemersvereniging. We komen dus bij veel verschillende bedrijven en hebben te maken met allerlei verschillende mensen. Heel leuk, maar soms blijken er binnen zo'n vereniging dingen te spelen, waar jij, als buitenstaander niets van weet, maar wel tijdens een gesprek mee wordt geconfronteerd. Dat overkwam mijn collega afgelopen week. Ze had een interview bij een bedrijf over een of ander contract dat zij hadden met de vereniging. Dit op verzoek van de eigenaar van het bedrijf (wat overigens niet op een heel aardige manier was ingediend). Hij was in eerste instantie benaderd voor een ander onderwerp, maar dat was bij hem verkeerd gevallen, ook omdat, volgens hem een concurrerend bedrijf voor hetzelfde onderwerp was benaderd. Blijkbaar had de beste man iets te zeggen binnen de vereniging, want om hem tegemoet te komen, werd de redactie van de nieuwsbrief verzocht om een pagina voor hem te reserveren waarop hij zijn verhaal (over dat contract) kwijt kon. Zo gezegd, zo gedaan. We maakten een afspraak en mijn collega ging op de afgesproken tijd naar het bedrijf voor het interview. Hier moest zij vervolgens een half uur wachten. Tijdens het gesprek bleek al snel dat de geïnterviewde niet veel te vertellen had over het contract en er eigenlijk ook niet veel zin in had om zijn best te doen om fatsoenlijk haar vragen te beantwoorden. Hij gedroeg zich behoorlijk rrogant. Duidelijk werd dat het 'm vooral te doen was om zijn gelijk te halen richting de vereniging. De ergernis bij mijn collega groeide met de minuut toen hij ook nog eens tien telefoontjes ging afhandelen tijdens het interview. Uiteindelijk stond ze buiten met een hoop onbeantwoorde vragen, maar wel met de opdracht om er een verhaal van te maken. Okay, dat zou haar nog wel lukken, maar het feit dat er zo met je wordt omgegaan is erg onprettig. Ze voelde zich behandeld alsof ze weer een schoolmeisje was, terwijl ze echt al jarenlang rondloopt in het vak. Zo'n interview had ze nog nooit meegemaakt.

Uiteindelijk heb ik dit voorval gemeld aan onze opdrachtgever. Ook omdat we vinden dat het blad gemaakt wordt om te informeren, op een zo'n onafhankelijk mogelijke manier. En dat het niet de bedoeling is dat mensen met een grote mond, opeens een pagina krijgen toebedeeld, als goedmakertje. En dat we er al helemaal geen behoefte aan hebben, om dit soort politieke klusjes voor een ander op te knappen. Gelukkig begreep onze opdrachtgever ons wel en gaf hij ook te kennen zelf ook al eens iets met deze persoon meegemaakt te hebben. Gelukkig kom je dit soort mensen niet zo heel vaak tegen en zijn het over het algemeen gewoon aardige en behulpzame mensen, die graag meewerken aan een interview. T'is tenslotte een mooie manier om iets positiefs te vertellen over je bedrijf. En wat het voorval betreft, weer een leermoment erbij: je hebt overal mensen voor.

Shirley: Ik kan zo een lijstje opdreunen van dit soort voorvallen. Laatst nog iemand die aan de andere kant van de stad per se wilde afspreken (uur fietsen) terwijl het over iets aan deze kant van de stad ging. Iemand die bij binnenkomst nog aan de telefoon zit en dat nog een kwartier blijft doen, terwijl ik daar met opengeklapt blocnote zit te wachten. En laatst iemand die zei dat het allemaal om 5 uur zou beginnen en dan om kwart over vijf binnenkomt met de mededeling dat iedereen half zes komt, tel dus dan maar uit dat het pas om zes uur begint. Ben weggegaan, ik laat niet met me sollen. Het hangt ook van de manier af, hoe ik dan reageer. Je hebt hele innemende mensen die met hun blik en/of woorden met veel weg kunnen komen, bij mij. Maar als er een soort arrogantie wordt uitgestraald waarbij ik me niet serieus genomen voel, dan ben ik tegenwoordig heel snel weg. Komt gelukkig niet vaak voor.

Kijk verder dan je land lang is

Deze week een gastlog van een Belgische collega!

Een Belg op bezoek op een Nederlandse weblog. En dan nog niet zomaar een Belg maar een freelancende Belg, gespecialiseerd in journalistiek en redactioneel werk. “Nauw, weinig ophefmakend”, hoor ik jullie denken. Volledig terecht als je ’t mij vraagt. Want naar mijn aanvoelen zijn er wel meerdere van mijn soort die over het muurtje gaan kijken.

Waarom?

Heel eenvoudig: in Nederland is er meer werk voor journalisten en redacteurs en Nederlanders betalen beter, zo ongeveer het dubbele.

Het eerste ondervind ik aan den lijve telkens ik een bezoekje breng aan Nederlandse websites die journalistiek en redactioneel werk aanbieden (vb. www.villamedia.nl of www.webredacteur.nl). Het tweede heb ik van horen zeggen.

Betekent dit dat ik jullie ten zeerste afraad in België te werken en de Belgische markt wens te beschermen voor ‘buitenlanders’. Wel integendeel, ik wil deze bedenking aangrijpen om jullie een paar suggesties mee te geven, suggesties van Belgische websites waarop ik zelf regelmatig een kijkje neem wanneer ik op zoek ga naar nieuwe opdrachten: 

1. http://www.journalinks.be/toolz/jobs (bovendien een interessant portaal voor journalisten)
2. http://www.jobat.be
3. http://www.vacature.com
4. http://www.agjpb.be/vvj/vacatures.php
5. http://www.vdab.be/werkzoeken/werkzoeken.jsp
6. http://www.propaganda.be/vacatures.asp (voor hen werk ik zelf ook)
7. http://www.roularta.be/nl/vacatures/default.htm
8. http://www.bobex.be/bobex/control/home

Ik ben ervan overtuigd dat ook Nederlanders er af en toe wel eens iets interessants vinden. Laat dit alvast een uitnodiging zijn aan alle freelancende Nederlandse journalisten en redacteurs om een bezoekje te brengen aan België.

groeten, Jenoff  Van Hulle
http://jenoff.wordpress.com

Verhuizen

Deze week het gastblog van Patricia!

Het moment dat onze nieuwbouwwoning wordt opgeleverd, komt steeds dichterbij. Ik kan er eigenlijk niet op wachten. Eindelijk een plekje voor ons zelf. Niet meer uit tassen leven en vele kilometers afleggen om bij elkaar te zijn. Maar het fijnste van alles vind ik misschien wel mijn eigen werkkamer. Een plek voor mezelf waar ik m'n kladblaadjes en pennen kan laten rondslingeren zonder gezeur.

Klinkt leuk, maar de verhuizing is voor mij ook ontzettend spannend. Ik vertrek vanuit het Zeeuws-Vlaamse, waar ik al jaren mijn stukjes schrijf en ontzettend veel mensen (en vaak geschikte interviewkandidaten) ken. Even een stukje voor een regionale klant schrijven, dat wordt nu stukken lastiger. Gelukkig was het aantal opdrachten in die hoek de laatste tijd al verminderd, zodat het niet tegenvalt. Maar het liefst wil ik in het Brabantse natuurlijk ook op regionaal niveau wat doen, want op die manier bouw je gewoon snel een netwerk op. Dat heb ik nodig, want ik wil ook voor landelijke tijdschriften zo een kandidaat uit mijn regio naar voren kunnen schuiven.

Natuurlijk weet ik al een jaar dat ik het jaar 2009 in Cuijk als freelancer zal starten. Daarnaast heb ik me ook al geörienteerd op de markt daar, maar er tussen komen blijkt heel moeilijk. En waar vind je eigenlijk al die leuke regionale opdrachtgevers en potentiële interviewkandidaten? Ik ben benieuwd of andere freelancers hier ervaring mee hebben. Hebben jullie al met zo'n soortgelijke switch te maken gehad?

Hyves

Vandaag een log van onze eerste gastlogger: Belinda Fallaux. Belinda, top dat je wilde aftrappen!!

Hyves

Mijn zoon van acht zegt dat ik verslaafd ben aan Hyves. Da’s natuurlijk helemaal niet waar. Ik log niet eens vaak in. Eén keer per dag, of zo. En ik log dagelijks ook maar één keer uit. Dat het eerste moment ’s morgens rond achten is en het andere moment ’s avonds om een uur of tien, laten we maar even buiten beschouwing. Maar verslaafd? Hoe komt ‘ie er bij.

Vóór 19 november 2007, de dag waarop ik lid werd, riep ik altijd dat ik er nooit aan zou beginnen. Veel te veel gedoe. Toch won mijn nieuwsgierigheid het van mijn weerstand en maakte ik een profiel aan. Ik kreeg een paar vrienden. Pimpte mijn pagina. Plaatste een paar foto’s. Kreeg meer vrienden. Ontving krabbels, mailtjes en tikken. Tikte, krabbelde en mailde terug dat het een lieve lust was. Nam regelmatig een schaamteloos kijkje in andermans leven. Installeerde de Kwekker. Kwekte me suf. Kreeg er weer vrienden bij. Toegegeven, de meeste van het kaliber ‘kennissen, bekenden, buren en collega’s’. Maar toch. Ik vond het leuk! Wat zeg ik: heel leuk zelfs.

En oké, ik geef het toe: Hyves was enigszins verslavend. Nog steeds. Maar weet je: ik heb inmiddels een excuus. Naast een sociaal netwerk is Hyves voor mij als freelancer een onuitputtelijke bron van werk. Interviewkandidaten? Ik vind ze op Hyves. Leuke huizen, voor binnenkijkreportages? Ik spot ze op Hyves. Mensen met leuke bedrijven, waar ik voor zou willen werken? Ik… juist.

Een paar concrete voorbeelden. Over een paar weken komt er in een van de tijdschriften waarvoor ik schrijf een reportage over een woning van een vrouw die ik via via op Hyves ben tegengekomen. En via deze vrouw ben ik lid geworden van een speciale Hyve, waar ik gisteren een oproepje heb geplaatst voor nieuwe kandidaten. En ja hoor, ik heb alweer nieuwe foto’s binnen. Nog zoiets. Al klikkend kwam ik op een profiel van een mij onbekende vrouw, die zulk inspirerend werk doet dat ik dacht: die moet ik hebben voor een interview. Ze reageerde zeer enthousiast op mijn mailtje. Het resultaat? Concreet een artikel in tijdschrift A en zeer waarschijnlijk een artikel in tijdschrift B. Of deze. Verder klikkend via een van mijn ‘vrienden’ kwam ik op de pagina van een man die een uitgeverij heeft. Natuurlijk even doorgeklikt naar zijn website en die zag er goed uit. Een open sollicitatie leidde tot een spontane reactie, waarin hij aangaf graag een afspraak met mij te willen maken. Hij besloot zijn mail met: ‘Geweldig medium toch, Hyves!’ Ik kon hem niet anders dan gelijk geven.

En dan heb ik het nog niet over de mooie gelegenheid die Hyves creëert om veel mensen (en hun netwerk) te bereiken met een algemeen oproepje voor interviewkandidaten. Mijn oproep van vandaag, verstuurd naar een selectie van mijn contacten, heeft al verscheidene reacties opgeleverd, waaronder een paar waar ik misschien iets mee kan.

Ik Hyve dan ook lekker door. De kosten voor het Goldmembership boek ik wel als aftrekpost. Toch slim bekeken voor een verslaafde, of niet dan?

Interview kandidaten gezocht!

  • GEZOCHT: GASTLOGGERS EN VISITEKAARTJES
    Op vrijdag is ons weblog jouw podium en ben je van harte uitgenodigd om te loggen waarover je maar wilt (op het gebied van freelancen, dat dan weer wel). Ook plaatsen we eens per week iemands visitekaartje met een kort verhaaltje erbij over de achtergrond van het ontwerp. Dus, wil jij (nog) een keer gastloggen of je visitekaartje hier terugzien, stuur dan even een mail!
  • GEZOCHT: INTERVIEWKANDIDATEN
    Ben je voor een artikel op zoek naar een interviewkandidaat? Stuur ons een mailtje, dan plaatsen we je oproep hier! Vermeld duidelijk een profiel van de interviewkandidaat en je mailadres waarop kandidaten kunnen reageren.