Vandaag het gastlog van Chinouk Thijssen!
Op de vraag ‘wilde je altijd al schrijfster worden?’ geef ik vaak als antwoord dat ik dit mijn hele leven al wilde, maar als ik er heel goed over nadenk, weet ik dat dit niet helemaal waar is.
Voor de schrijversdroom, had ik een andere droom. Naast beroemd en aanbeden wilde ik een prinses worden. En dan niet zo een als Maxima, nee een echte sprookjesprinses uit het magische sprookjesbos, die in een sprookjeskasteel woont met een eigen westvleugel. Een lange, roze jurk met pofmouwen, golvende, blonde lokken en een veel te zware kroon.
Ik kwam er redelijk laat achter dat het er voor mij niet inzat, voor niemand uit de echte wereld, eigenlijk, maar niet getreurd.
Zo jong als ik was, schreef ik wel het ene na het andere schrift vol met korte en lange verhalen, maar het kwam niet in me op om er ooit iets mee te doen.
De ene keer was het onderwerp een eiken doodskist diep onder de grond, waaruit het geluid van een piepende mobiele telefoon weerklonk, of een grote brand als gevolg van een kortsluiting in een discotheek, met een gevaarlijk loshangende discobol, vlak boven het meisje dat ik zo haatte.
Achteraf ben ik blij dat mijn moeder de volgekalkte schriften al die jaren voor me bewaard heeft, want nu weet ik dat het goed is dat ik niks met de verhalen heb gedaan. Het was namelijk niet echt van een hoogstaand kaliber, op z’n zachtst gezegd.
Zoveel jaar later was er maar een hele kleine aanmoediging nodig om mijn oude hobby weer op te pakken, niet wetende dat het ooit meer zou worden dan alleen maar een hobby. Dankzij deze aanmoediging schreef ik mijn eerste boek, daarna de tweede, derde en nu de vierde.
Het is zeker niet mijn hele leven mijn droom geweest, maar nu ik eenmaal zover ben, wil ik niet meer anders.
Ik leef nu mijn droom.
Laatste reacties